Grote activiteit tijdens zonneminimum




Op 5 december 2006 komt er een melding binnen van Rob Stammes te Dirkshorn. Vanaf 10.35 UT registreerde hij een sid (sudden ionospheric disturbance) op de VLF-band, een magnetische storing op de magnetometer en een verhoging van het radioruis niveau op de FM (56.25 MHz) via een naar het zuidoosten gerichte antenne. De oorzaak lag in een grote uitbarsting op de zon, waarbij een röntgenflare optrad van de klasse X9.0, de sterkste sinds meer dan een jaar. Tevens werden hierbij veel zeer snelle protonen de ruimte in geslingerd (proton-event), gecombineerd met een grote wolk deeltjes (coronale massa uitbarsting, cme) die met een snelheid van 1000 km/s zijn reis naar de aarde begon. De snelle protonen legden de afstand van de zon naar de aarde in minder dan een uur af. De veroorzaker op de zon was een uiterst actief gebied (AR 10.930) dat juist over de rand gekomen was. Een bijbehorende StaZa, veroorzaakt door UV-straling, werd volledig ondergedompeld in het overige geweld van de uitbarsting en was zodoende niet afzonderlijk waarneembaar. Omdat er ook een coronaal gat op het punt stond de meridiaan van de zon te passeren en dus een verhoging van de snelheid van de zonnewind zou veroorzaken, was het zaak alert te blijven in verband met een sterk vergrote kans op poollicht op lagere breedtes. Het effect hiervan was te merken vanaf de avond van 5 december.

Op 6 december 2006 kon het actieve gebied AR 10.930 (kortweg 930) visueel in de telescoop worden waargenomen als een grote vlek vlak bij de oostelijke rand van de zon. (Wim Zanstra, Appingedam). Een vermoeden bestond dat het hierbij ging om de terugkeer van het gebied 923 (grote vlek), dat op 21 november over de westelijke rand van de zon was verdwenen. Er heerst een lichte magnetische onrust ten gevolge van de meridiaanpassage van het coronale gat. Tegen het eind van deze dag vindt er een tweede grote uitbarsting plaats op de zon, weer in het gebied 930 en weer in de X-klasse (X6.5 om 18.29 UT). Deze veroorzaakte een luid “gebrul” in de luidsprekers van Thomas Ashcraft in New Mexico die waarnam op een frequentie van 22 MHz. De bij de uitbarstingen ontstane schokgolven in de atmosfeer van de zon veroorzaken deze zogenaamde “radio bursts” van type II. Door deze tweede grote uitbarsting is de kans op poollicht sterk toegenomen. De snelle protonen die vrijkwamen bij de uitbarstingen van 5 en 6 december veroorzaakten op 7 december 2006 vanaf 07.30 UT een gedeeltelijke uitval van de ACE-satelliet die de eigenschappen van de zonnewind registreert. Ook deze dag is alleen nog het coronal hole effect te merken in een licht verhoging van de magnetische onrust. De Kp-waarde komt niet boven de 5. Blijkbaar waren de massa uitbarstingen die hoorden bij de gebeurtenissen op 5 en 6 december niet nauwkeurig genoeg op de aarde gericht om veel magnetische onrust te veroorzaken en poollicht tot op lagere breedtes. De rust keerde voorlopig terug. Ook kwamen er de volgende dagen geen grote uitbarstingen meer.

Vanaf 9 december 2006 kon de grote zonnevlek in het gebied 930 zelfs met het blote oog door een lasglas (nr. 13) of een stuk solar screen worden gezien. (Wim Zanstra, Appingedam). Het is duidelijk dat de activiteit nog niet ten einde is, maar de toestand van betrekkelijke rust duurde nog enkele dagen voort. Op 13 december 2006 was het weer raak. Het actieve gebied 930 braakte weer een grote hoeveelheid deeltjes en straling uit. Om 02.14 UT ontstond daarbij een röntgenflare van de klasse X3.4, gecombineerd met een proton-event en een coronale massa uitbarsting. Inmiddels was het gebied juist de meridiaan van de zon gepasseerd en kon de uitgebraakte wolk van deeltjes nu wel precies in de richting van de aarde vliegen. Weer was een grote mate van alertheid geboden. Zie onderstaande registratie van de GOES-satellieten.



Op 14 december 2006 rond 13.56 UT kwam de schokgolf in de zonnewind die hoorde bij de cme van een dag eerder bij de SOHO-satelliet aan in het libratiepunt op 1.5 miljoen km vanaf de aarde en precies op de verbindingslijn aarde-zon. Zie onderstaande registratie van de SOHO-satelliet.



De schokgolf vertaalde zich onmiddellijk in een plotselinge verhoging van de Kp-index van 2 naar 6. De kans om poollicht in Nederland te zien wordt (afgezien van de invloed van het weer) nu bijna 100 procent. Tegen middernacht zitten we al op een Kp-waarde van 8, maar in ons gebied is het helaas zwaar bewolkt. Alleen de apparatuur van Rob Stammes te Dirkshorn was in staat om poollichtreflectie en magnetische onrust te registreren, terwijl Rob zelf op de Lofoten in de sneeuw stond te genieten van een prachtig schouwspel van noorderlicht aan de heldere hemel. Terwijl dit schouwspel voortduurde werd er door de meetapparatuur van de GOES-satellieten om 21.07 UT opnieuw een uitbarsting op de zon geregistreerd met een röntgenflare in de klasse X1.5 en weer gecombineerd met snelle protonen en een gewone massa uitbarsting. Intussen was het actieve gebied 930 op de zon al weer zover van de meridiaan verwijderd dat de uitgestoten deeltjes niet meer zo precies in de richting van de aarde vlogen.

In de nacht van 14 op 15 december 2006 bleef de waarde van de Kp-index tot de ochtend steken op 8 (maximum is 9) en moet er dus ook in ons land poollicht zijn geweest. Dat het niet visueel is waargenomen heeft gelegen aan de totaal bewolkte hemel. Wel werd via de Jura-Sternwarte vanuit Gais aan de Bodensee in Zwitserland een foto ontvangen van een mooi poollicht van rode stralen die zich tot 10 graden boven de horizon verhieven (Mark Vornhusen). De opname werd gemaakt rond 02.20 UT op 15 december en is hier niet afgebeeld. Wel staat op de voorpagina van De Vangspiegel een fraaie foto van het poollicht, zoals dat zich boven de Verenigde Staten van Amerika vertoonde. Bij dit geweld van de zon werd tijdens het binnenkomen van de schokgolf het magneetveld van de aarde verzwakt, waardoor de geladen deeltjes de atmosfeer van de aarde konden binnendringen en daar het mooie lichtverschijnsel veroorzaken. Inderdaad kwam er geen poollicht meer van de latere X1.5-flare van 14 december. De richting was niet meer goed en de schokgolf daardoor erg zwak. Veel magnetische onrust bracht deze niet meer teweeg. Op 17 december 2006 werd het actieve gebied met de grote zonnevlek AR 10.930 voor het laatst in de telescoop waargenomen (Wim Zanstra, Appingedam) vlak bij de westelijke rand van de zon. Er is nog steeds voldoende energie voor grote uitbarstingen. Opnamen van het prachtige poollicht van overal ter wereld zijn te vinden op de aurora gallery van www.spaceweather.com.

Wtz