Zomertijd - wintertijd



In de nacht van zaterdag 30 op zondag 31 oktober aanstaande om precies 3 uur zomertijd worden de klokken een uur teruggezet. Vanaf dat moment gaat de wintertijd weer in. De zomertijd begon dit jaar op zondag 28 maart. Dit wass een erg lange periode.

De zomertijd is in 1977 opnieuw ingevoerd als reaktie op de energiecrisis van 1973 met de bedoeling om energie te besparen. De maatregel zorgt er volgens EnergieNed voor, dat per huishouden vier lampen van zestig Watt een uur korter kunnen branden (0,5% besparing). Dit lijkt weinig, maar op jaarbasis is dit wel 325 miljoen kW, oftewel het jaarverbruik van honderdduizend huishoudens.

Waarschijnlijk was de Amerikaanse geleerde Benjamin Franklin de eerste die het idee van de zomertijd opperde. Tijdens een verblijf in Parijs (1784) schreef hij in een satirisch artikel dat de inwoners een bedrag van meer dan 96 miljoen livres aan kaarsen konden uitsparen, indien zij gedurende de zomermaanden gelijk met de zon zouden opstaan en niet, zoals bij de betere standen toen gebruikelijk was, pas laat in de ochtend. Er werd echter niets met het voorstel gedaan. De Londense bouwondernemer William Willet (1857-1915) werkte later het idee toch verder uit. Vanaf het begin van de twintigste eeuw probeerde hij de Londense bevolking ervan te overtuigen dat invoering van de zomertijd niet alleen goed is voor de economie, maar ook voor de gezondheid en gemoedrust van de mensen. Willets oorspronkelijke voorstel hield in dat op elk van de vier zondagen van april de klok steeds 20 minuten vooruit gezet zou worden en dat evenzo op elk van de vier zondagen van september de klok weer 20 minuten achteruit werd gezet. Hiermee zou jaarlijks maar liefst 210 uren aan zonlicht gewonnen worden, waarbij men zich minstens 2.500.000 pond sterling aan energiekosten zou besparen. Een gewijzigd voorstel, waarbij de klok slechts eenmaal een uur vooruit en vervolgens een half jaar later weer een uur terug gezet behoefde te worden, werd in 1909 in een wetsvoorstel herhaalde malen door het Engelse Parlement besproken, maar het werd tevens bespot en als te onpraktisch verworpen. Er was vooral oppositie van parlementsleden die de belangen van de boeren behartigden. In 1916 tijdens de 1e Wereldoorlog voerde Duitsland als eerste de zomertijd in om kolenreserves te besparen.

Voor 1908 had elke plaats in ons land zijn eigen tijd. Voor de tijdbepaling werd uitgegaan van de hoogste stand van de zon. Omdat de zon in het oosten opkomt en in het westen ondergaat, werd de hoogste zonnestand in het oosten van ons land een kwartier eerder bereikt dan in het westen van het land. Alleen de spoorwegen hadden vanaf 1892 een uniforme tijdsaanduiding die voor het hele land gold. Op 23 juli 1908 werd een wet aangenomen, waarbij voor geheel Nederland de middelbare zonnetijd van Amsterdam gold (Amsterdamse Tijd = AT). De wet trad in werking op 1 mei 1909. Op dat moment liep Nederland 20 minuten voor op Greenwich en 40 minuten achter op Berlijn. Vanaf 1916 komen we in het Staatsblad ieder jaar de invoering en beŽindiging van de Amsterdamse Zomertijd (AZT) tegen. Op bevel van de Duitse bezetter werd op 16 mei 1940 overgegaan op de Midden Europese Tijd (MET). In feite werd toen overgegaan op de Midden Europese Zomertijd (MEZT) zodat de klokken 1 uur en 40 minuten vooruit gezet moesten worden. De zomertijd duurde toen bijna 2,5 jaar tot 2 november 1942. In de jaren 1943-1945 gold alleen tijdens de zomermaanden de zomertijd. Na de oorlog bleef de MET gehandhaafd , echter zonder de jaarlijkse zomertijdperioden. Deze werden pas in 1977 opnieuw ingevoerd.

Niet iedereen is blij met de zomertijd. Er bestaat zelfs een ďSociŽteit tegen de zomertijdĒ (http://www.zomeruur.com). Volgens deskundigen raken de bioritmen, vooral van kinderen, nogal eens van slag, al is dat snel weer bijgetrokken. Het Centrum voor Groeidiagnostiek in Nijmegen trok na onderzoek de voorzichtige conclusie dat de zomertijd de groei van kinderen nadelig beÔnvloedt.

De zomertijd geldt in alle vijftien landen van de Europese Unie gedurende dezelfde periode welke als volgt dient te worden bepaald. Aanvang zomertijd vindt plaats in het laatste volle weekend van de maand maart, in de nacht van zaterdag op zondag. Om 02.00 uur gaat de klok 1 uur vooruit en wordt het 03.00 uur. Einde zomertijd gebeurt in het laatste volle weekend van de maand oktober, in de nacht van zaterdag op zondag. Om 03.00 uur wordt de klok 1 uur teruggezet en wordt het 02.00 uur.

Wim Zijlema
Bronnen:
http://www.staff.science.uu.nl/~gent0113/wettijd/wettijd.htm
Zenit, april 1977