Workshop wichelroede (5)





  • Het doel
      Het doel van deze workshop is om reacties met de wichelroede te registreren bij stilstaande proefpersonen. Het voordeel daarvan is dat hiermee de invloed van de constante storingen in de testruimte geheel kan worden uitgeschakeld en dat daar bij een volgende test geen rekening meer mee hoeft te worden gehouden. Variabele storingen in de testruimte blijven helaas nog wel van invloed. Aangenomen wordt dat de reacties worden verkregen door de proefpersonen bloot te stellen aan een variërend magnetisch veld, de basis van het criterium van goed en fout. Daartoe is een tweetal nieuwe (blinde) proeven ontwikkeld: de proef met het karretje en de proef met de magneetspoel.
  • De proef met het karretje
      Naar een idee van Henk Leeuw is door Louis Hijlkema een karretje gemaakt dat aan een koord langs een stilstaande proefpersoon kan worden getrokken, bij voorkeur op loopsnelheid. Het karretje zelf veroorzaakt geen enkele magnetische storing langs de route waar het rijdt. Er is geen ijzer, kobalt of nikkel in verwerkt.
      Op het karretje kunnen voorwerpen worden vervoerd die wel of geen magnetische storingen bij de proefpersoon veroorzaken. De aard van de voorwerpen kan door de proefpersoon alleen met een wichelroede worden herkend.
      Tijdens de workshop werd door Henk Leeuw het karretje drie maal langs elke proefpersoon getrokken. De eerste en de derde maal met een magnetische storing (balletjes hematiet) en de tweede keer zonder magnetische storing. Op deze manier werd de proef twee maal uitgevoerd. De proefpersonen hadden geen voorkennis van deze werkwijze en kregen die ook niet van de andere deelnemers achter hen.
  • De proef met de magneetspoel
      Naar een idee van Wim Zanstra heeft Klaas Bus een spoel met een ijzeren kern gemaakt die kon worden aangesloten op een gelijkspanningsvoeding van 30 Volt. De voeding kon met de hand worden bediend waardoor het magnetische veld afwisselend werd aan- en uitgeschakeld vergelijkbaar met de loopsnelheid. Bij een maximale stroomsterkte van 0,4 Ampère bereikte de magnetische inductie een waarde van 1,7 Tesla. Een sterke magneet dus. Het veld werd in enkele seconden twee maal aan- en uitgeschakeld. Dat leverde vier achtereenvolgende elkaar versterkende reacties met de wichelroede op die als één reactie zichtbaar moesten worden. Per proefpersoon werd ook deze test drie maal uitgevoerd. De eerste en de derde maal met een magnetische storing en de tweede keer zonder magnetische storing. Ook deze totale proef werd twee maal gedaan. De proefpersonen hadden geen voorkennis van deze werkwijze, hadden geen zicht op de bediening van de voeding en kregen geen informatie van de andere deelnemers achter hen.
  • Een vergelijkingsproef
      Aan het eind van de middag werd nog drie maal met de wichelroede gelopen langs een door een emmertje bedekte ijzeren transformator. De bedoeling hiervan was om een indruk te krijgen van een eventueel verschil in resultaat bij het wichelroede staan en het wichelroede lopen.
  • Belangrijke voorwaarden
      Het vasthouden van de wichelroede diende ontspannen te gebeuren. In de rustpositie worden de staafjes bijna horizontaal en toch evenwijdig gehouden. De kleinste spierbeweging in de armen zorgt dan dat de staafjes naar elkaar toe bewegen. De proefpersonen werden zodanig opgesteld dat zij geen voorkennis konden krijgen. Bovendien droegen zij geen gesloten geleiders om hun polsen, armen, middel, hals, hoofd, etc. Ook ervaring speelt een belangrijke rol.
  • Resultaat
      In onderstaand schema staan de deelnemers uitgezet tegen de serie proeven in de volgorde, zoals die zijn uitgevoerd. De grijze vakjes duiden op een "goed" resultaat volgens bovengenoemd criterium van goed en fout. Een "goed" resultaat kon op twee manieren verkregen worden. Òf er komt een reactie waar dat wordt verwacht, òf er komt geen reactie waar dat wordt verwacht.



  • De uitwerking
      Bij de uitwerking van de proeven worden de resultaten vergeleken met een binomiaal toevalsproces en de bijbehorende binomiale verdeling. Daaruit kan met een kans van hoogstens 5% worden afgeleid of bepaalde uitkomsten buiten het toevalsbereik vallen (hoger zijn dan de bovengrens) en dus onderworpen zijn geweest aan het criterium van goed en fout bij het wichelen. De normen hiervoor staan in onderstaande tabel.



      Over de hele middag gerekend is er door alle deelnemers (exclusief Henk Leeuw) 107 maal "goed" gescoord van de 180. Dit valt inderdaad buiten het toevalsbereik en kan dus worden toegeschreven aan het wichelroede effect. Als beste individuele deelnemer komt Klaas Bus uit de bus met een score van 13 "goed" van de 15 over alle proeven gerekend en 11 "goed" van de 12 staande testjes. Daarmee valt hij in beide gevallen buiten het toevalsbereik. De vier beste staanders vallen met een score van 35 "goed" van de 48 ook buiten het toevalsbereik.
      Wordt er gekeken naar de resultaten van de nieuwe proeven met alle stil staande proefpersonen dan bedraagt het aantal "goede" scores 75 van de 144. Wel boven het gemiddelde, maar toch nog binnen het toevalsbereik. Voor de gezamenlijke deelnemers kan dus niet met een nauwkeurigheid van minder dan 5% worden gezegd dat hun resultaat door middel van de wichelroede tot stand is gebracht. Hoe anders ligt dit bij de proef waarbij wel gelopen moest worden. De juiste score bedraagt daar 32 van de 36 en dat ligt wel ver buiten het toevalsbereik.
      Het lijkt erop dat er een behoorlijk verschil bestaat tussen het lopen en het staan met een wichelroede. Blijkbaar is lopen gemakkelijker voor de deelnemers. De vraag is of dat te maken heeft met biologische eigenschappen van het lichaam, met een gebrek aan ervaring van de deelnemers, of met een soort vermoeden van voorkennis bij het lopen langs het object onder het emmertje. Verder onderzoek met een uitgebreidere loopproef zal dit moeten uitwijzen. Blijf oefenen !!
      Wordt bij het wichelroede staan nog onderscheid gemaakt tussen de "goede" scores met wel of niet een reactie dan ziet het gezamenlijke resultaat er als volgt uit. "Goede" scores met reactie: 46 van 96 (48%) en "goede" scores zonder reactie: 29 van 48 (60%). In beide gevallen werd toch nog binnen het toevalsbereik gescoord, maar blijkbaar is niet reageren weer gemakkelijker dan wel reageren. Vermoedelijk heeft ook dit weer te maken met de ervaring van de proefpersoon.
    Wim Zanstra