Workshop wichelroede (3)




  • De vergeten prikkel
      Het doel van deze (derde) workshop wichelroede is om een groep van minimaal 15 personen voor te bereiden op deelname aan een wetenschappelijke test in de hoop meer inzicht te verkrijgen in de achtergronden van het wichelroede lopen. Een deel van de aanwezigen beheerste deze vaardigheid nog niet en hoopte deze van de anderen te leren. Tijdens deze workshop is het dan ook de bedoeling om te leren omgaan met de wichelroede en daarmee variaties in de omgeving te detecteren. Misschien kan daarmee uiteindelijk een tip van de mystieke sluier rond het wichelroede lopen worden opgelicht. Natuurlijk is het ook belangrijk om plezier te beleven aan deze vaardigheid en leuke waarnemingen te kunnen doen.

      In eerste instantie is het belangrijk te beseffen dat het lichaam met kleine spierbewegingen (o.a. in de onderarmen) reageert op bepaalde variaties in de omgeving en niet noodzakelijkerwijs de wichelroede zelf. Deze dient slechts als een hulpmiddel om deze spierbewegingen zichtbaar te maken. Wel dient daarbij een aantal voorwaarden in acht worden genomen, zoals het dragen van isolerend schoeisel en het vermijden van metalen bandjes om armen, hals, hoofd, borst en/of middel. Ook (overmatig) alcoholgebruik en medicijnen bevorderen het wichelroede lopen niet. Blijf ontspannen en toch goed geconcentreerd.
      Kies een goede uitgangshouding en houd de L-vormige staafjes evenwijdig aan elkaar door ze iets naar voren te neigen, bijna in labiel evenwicht. Loop ontspannen door de ruimte en zie maar wat er gebeurt. Door de "vergeten prikkel" ontstaat er o.a. in de onderarmen een minieme spierbeweging, waardoor de staafjes door de zwaartekracht uit hun evenwicht geraken en naar elkaar toe of van elkaar af bewegen. Blijf niet staan als er een reactie is en varieer zo nodig het tempo om een reactie te krijgen. Uit ervaring is gebleken dat het er niet toe doet van welk materiaal de wichelroede is gemaakt en van welke vorm deze is. De enige functie is om daarmee de kleine spierbeweging in de onderarm zichtbaar te maken.

      De ervaring leert verder dat voor een goed wichelroede effect de afstand tot de bron die de variatie in de omgeving veroorzaakt zo klein mogelijk wordt gehouden en dat een goed gekozen loopsnelheid van groot belang is. Loopt men te snel dan heeft het lichaam geen tijd om een goede reactie te produceren en loopt men te langzaam heeft het lichaam alle tijd om zich aan de variatie aan te passen en kan men de staafje keurig evenwijdig houden. Overigens maakt het niet uit of de loper beweegt ten opzichte van een variatie in de omgeving, of dat de variatie zelf beweegt ten opzichte van de loper. Beweging is immers relatief. Zo reageert het lichaam bijvoorbeeld ook op een voorbij rijdende trein als men voor een overweg staat te wachten. We kennen dus het wichelroede lopen, staan, zitten, etc. Met behulp van de wichelroede (of kunnen we beter zeggen: de neurosticks?) kunnen allerlei interessante waarnemingen worden gedaan. Voorbeelden daarvan zijn het in kaart brengen van de Rieskrater in Duitsland, een inslagkrater van 14,8 miljoen jaar oud en het opsporen van Romeinse wegen aldaar. Zie De Vangspiegel 2006-2 of het thema van februari 2006 onder het item Thema
      .
  • Wetenschappelijke literatuur
      Ruud Kortekaas (onderzoeker UMCG) vertelde over de uitvoering van een wetenschappelijk onderzoek waarbij proefpersonen worden getest op wat zij (mogelijk) kunnen. Belangrijk daarbij is om voorkennis en be´nvloeding te vermijden, waardoor een test in ieder geval "dubbel-blind" moet worden uitgevoerd. Ook was hij in de literatuur gedoken, waarbij een serie van 23 publicaties werd gevonden die sinds 1931 in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften (Science, Nature, The Lancet) waren verschenen. Een schijntje in vergelijking met de hoeveelheden publicaties over andere onderwerpen. Slechts voor een deel zijn de gevonden artikelen positief gestemd over het wichelroede lopen. Vermoedelijk zou het aantal negatieve artikelen aanzienlijk groter zijn, als deze ook daadwerkelijk gepubliceerd waren. Zie: www.adsabs.harvard.edu en geef als zoekopdracht "Divining Rod".

      Overigens hoeft uit een negatief resultaat van een (empirisch) onderzoek niet perse te worden afgeleid dat het wichelroede lopen niet bestaat. Uit ervaring is al lang duidelijk geworden dat lang niet alle materialen een dusdanige verandering van de omgeving veroorzaken dat deze met behulp van de wichelroede kan worden aangetoond. Als voorbeeld hiervoor kan een plastic afwasteiltje met water dienen. Kortom, met behulp van de wichelroede kan niet op alle mogelijke variaties van de omgeving een reactie worden verkregen. Het is zeer waarschijnlijk dat dit slechts bij een beperkte klasse van variaties (elektrische en magnetische) het geval is.

  • Mogelijke verklaringen
      Indien bovengenoemde variaties van elektrische en/of magnetische aard zijn, zou de informatievoorziening (stroompulsjes) in het lichaam via de zenuwbanen kunnen worden be´nvloed, waardoor de spieren worden aangestuurd. Dit effect zou ook m.b.v. de moderne meetapparatuur moeten kunnen worden aangetoond. Een andere verklaring, afkomstig van Chevreul (1810) en Carpenter (1852), zou kunnen zijn dat door een zekere voorkennis onbewust door de hersenen (ideomotorisch) de spieren (in de armen) worden aangestuurd. Dit zou trouwens ook het geval kunnen zijn met de voorkennis over het elektromagnetisme. Ook eventuele andere verklaringen mogen niet bij voorbaat worden uitgesloten. De op handen zijnde wetenschappelijke test zal hierover duidelijkheid verschaffen.

  • Openstaande vragen
    • Kan het bestaan van het wichelroede effect (minuscule spierbewegingen) door middel van een (statistisch) onderzoek worden aangetoond? Indien het antwoord bevestigend is, kunnen ook de volgende vragen worden gesteld.

    • Worden het wichelroede effect (de minuscule spierbewegingen) veroorzaakt door een directe prikkel van elektrische en/of magnetische veldvariaties, of door een onbewuste ideomotorische kracht ten gevolge van een zekere voorkennis (vermoeden) van de variatie van het te onderzoeken object?

    • Zijn er nog andere oorzaken te vinden voor het wichelroede effect, of met andere woorden: bestaan er ook prikkels die niet van ideomotorische, elektrische of magnetische oorsprong zijn ?

    • Wordt het wichelroede effect be´nvloed door geleidende bandjes om polsen, hals middel en hoofd en zo ja: hoe dan ?

    • Is de loopsnelheid van invloed op het wichelroede effect en is er een zekere vertraging kenmerkend bij de reactie die de wichelroede geeft? Met andere woorden: Is er sprake van een zeker scheidend vermogen bij het wichelroede lopen en kan dit gemeten worden ?

    • Treedt het wichelroede effect ook op bij een bewegende bron en een loper die in rust is ?

    • Is er sprake van een zekere bronsterkte en zou die eventueel te meten zijn ?

    • Is de mate van elektrische isolatie van de aarde (schoenen) van invloed op het wichelroede effect ?

  • Conclusie
      Hoewel bovenstaande vragen voor een enkele wichelroede loper eenduidig beantwoord kunnen worden, wil dat nog niet zeggen dat deze antwoorden ook algemeen geldig zijn en als zodanig geaccepteerd kunnen worden. Daarmee is de noodzaak aangetoond om met behulp van de wetenschap verder onderzoek te verrichten en hopelijk daarmee meer inzicht te verkrijgen in de werking van het menselijk lichaam en de reacties daarvan op zijn omgeving. De volgende bijeenkomst daarvoor staat hieronder vermeld.


    Ruud Kortekaas / Wim Zanstra