Workshop wichelroede (2)


Als gast kan worden verwelkomd dr. Ruud Kortekaas, lector in de neuro anatomie en staflid van de afdeling Anatomie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Arnold Smit heeft zijn telescoop meegenomen om belangstellenden gelegenheid te geven om naar de zon (geen vlekken!) te kijken. Om het doel van deze workshop te onderstrepen wordt in het kort een overzicht gegeven van de ervaringen die door de leider gedurende de afgelopen elf jaar met de wichelroede zijn opgedaan. (Zie ook De Vangspiegel 2005-5, 2006-2 en 2006-4 of de site www.kijkweensomhoog.nl). De conclusie luidt als volgt. Wanneer in het menselijk lichaam variaties optreden in elektrische en/of magnetische velden kan dat leiden tot minuscule spierbewegingen in de armen die met behulp van een wichelroede zichtbaar gemaakt kunnen worden. Dergelijke veldvariaties in het lichaam kunnen op talloze manieren tot stand worden gebracht, bijvoorbeeld door relatief te bewegen ten opzichte van een magneet of batterij, of door variaties in de tijd van de velden zelf. Duidelijk is dat de vorm en het materiaal van de wichelroede niet ter zake doen, als deze maar goed in de hand ligt. Door gebruik te maken van de kennis van het elektromagnetisme (o.a. de wetten van Faraday en Lenz) kan door de wichelroedeloper onderscheid worden gemaakt tussen elektrische en magnetische oorzaken voor zijn reactie. De ervaring leert dat het wichelroede lopen een vaardigheid is die in principe door iedereen geleerd kan worden. Een voorwaarde is dat men begrijpt waarom het gaat en dat men ontspannen met de spieren kan omgaan. De grote vraag blijft echter of de spierbeweginkjes een directe reactie zijn op de (vergeten) prikkel van de elektrische en/of magnetische veldvariaties, of dat deze ontstaan door een zekere voorkennis van datgene waarop gereageerd moet worden. Testen zullen dit moeten uitwijzen. Frappant is wel dat een reactie van de armen wel altijd herleid kan worden tot een elektrische en/of magnetische prikkel.

  • Zelf doen is het leukst
      Na de inleiding krijgen de deelnemers ruimschoots de gelegenheid om met de wichelroede op allerlei voorwerpen en situaties te oefenen. Halverwege de zaal blijkt een dubbele reactie op te treden door een niet te achterhalen constructie van de bouw. Magneten en telefoontjes worden door de meeste snel gevonden, als ook de biostabiel van één van de deelnemers. Een testje om een magneet te vinden die onder één van drie koffiekopjes is verstopt loopt op "niets" uit, omdat er een reactie is op alle kopjes. Blijkbaar bevat het aardewerk een hoeveelheid ijzer, waar- door een verstoring van het aardmagnetische veld teweeg wordt gebracht.
  • Het begin van een test
      Zoals gezegd zijn één of meer testen noodzakelijk om de juiste oorzaak te achterhalen van de spierbeweginkjes die door de wichelroede zichtbaar worden. Om de deelnemers hiermee vertrouwd te maken wordt in de zaal een traject uitgezet waarlangs op vijf verschillende genummerde posities eveneens genummerde doosjes zijn neergelegd die een magneet, een batterij, een stuk ijzer of helemaal niets bevatten. De verdeling van de doosjes over de posities is geheel willekeurig en niemand weet wat in welk doosje zit. Degene die de doosjes heeft gevuld, heeft ze niet over de posities verdeeld en bovendien is er een keuze gemaakt van vijf doosjes uit negen. Alleen van de positie halverwege de zaal (doorgang genoemd) is bekend dat daar een reactie moet komen. Ook is daar een doosje neergelegd. Aan hele strenge eisen (dubbel blind, etc) voldoet deze test niet. Iedere deelnemer kan immers zien wat zijn voorgangers doen en kan daardoor worden beïnvloed. Tenslotte zijn alle 12 (van 14) deelnemers genummerd volgens hun plaats op de presentielijst. Het resultaat van de test is vastgelegd in het schema op de volgende bladzijde. In de eerste kolom staan de nummers van de deelnemers in de volgorde waarin zij aan de test hebben meegedaan. Sommige meerdere malen. Het woordje "terug" duidt erop dat het traject is afgelegd in tegengestelde richting. In de volgende vijf kolommen staan de nummers van de posities, gecombineerd met de nummers van de doosjes en de inhoud van de doosjes. Op positie 3 ligt een leeg doosje 4 precies in de doorgang halverwege de zaal, waar iedereen een reactie kan verwachten. Met een grijze kleur is aangegeven waar de deelnemers een "correcte" score hebben verkregen. Dat wil zeggen: een reactie bij een magneet, een batterij, een stuk ijzer en de doorgang en juist geen reactie bij een leeg doosje. Het resultaat van deze oefentest wordt in het volgende door Ruud Kortekaas nader geanalyseerd. (wtz)


  • RESULTATEN 2e SWSE WORKSHOP WICHELROEDELOPEN


    Zaterdag 14 april 2007, ASWA Appingedam
    Organisatie: Wim Zanstra
    Rapport door: Ruud Kortekaas


  • Inleiding
      Wichelroede (WR) lopen is een techniek die wordt gebruikt om materialen en voorwerpen op te sporen die voor de thans bekende zintuigen* niet waarneembaar zijn. De loper houdt de WR met beide handen vast en loopt over of langs het voorwerp. De WR kan dan een uitslag vertonen, maar alleen als deze door een mens wordt vastgehouden op een daartoe geëigende manier. Deze uitslag wordt door de loper als een onwillekeurige beweging ervaren. De biomedische literatuur is sterk verdeeld over de herkomst van dit motorische fenomeen. Eén gedachtegang verklaart het fenomeen als een elektrische excitatie van de zenuw die de spieren** van de onderarm innerveren.



      Hiervoor is een veranderend magnetisch veld nodig dat, conform de Inductiewet van Faraday, een stroompje opwekt in de zenuw. Het tweede verklaringsmodel is dat de WR loper onbewust weet waar het voorwerp zich bevindt en dat de spiercontractie op de normale wijze door de hersenen, via de pyramidebaan, wordt aangestuurd. Om te besluiten welke van de twee rivaliserende modellen te verkiezen is boven het andere is het nodig om een dubbel-blinde proef uit te voeren waarbij de WR lopers niet redelijkerwijs kunnen weten waar verborgen voorwerpen zich bevinden. De hier beschreven proef is een vingeroefening om te bepalen hoe een dergelijke proef opgezet zou moeten worden.
  • Methode
      In het ASWA gebouw in Appingedam werden vijf kartonnen doosjes neergelegd op een rechte lijn. Twee doosjes waren leeg, één bevatte een batterij, één bevatte een stuk ijzer en één bevatte een magneet. Er waren drie verschillende rollen voor de aanwezige personen: Neerlegger: legde de doosjes neer zonder dat de lopers gemakkelijk konden zien of afleiden wat de inhoud ervan was. Registrator: wist wat er in de doosjes zat, wist wat de 'correcte' reactie op de inhoud was en noteerde of de reactie 'correct' was. Lopers: Twaalf personen deden mee, elf hiervan waren ervaren lopers die zelf zeggen dat ze het WR lopen beheersen. Meerdere Lopers hebben het traject herhaald zodat er in totaal 180 waarnemen zijn gedaan. De Neerlegger was één van de Lopers. De resultaten zijn beoordeeld met een regressieanalyse in combinatie met een ANOVA om een eerste indruk te krijgen over de accuratesse van de lopers. Hiermee is berekend wat de kans is dat het verkregen resultaat op toeval berust.
  • Resultaten
      In totaal, over alle Lopers, sloeg de wichelroede 70 keer uit. Dit is in 39% van de gevallen. Het lege doosje is in 94% van de gevallen goed gevonden, het ijzer in 64% van de gevallen, de doorgang in 58% de batterij en de magneet beide in 33% van de gevallen. De Lopers scoorden tussen 20 en 100% goed. Persoon 2 had 100% (5/5) goed, persoon 9 had 93% (14/15) goed (drie keer gelopen). Een regressie analyse op alle 180 keren dat een persoon langs een doosje liep kwam op een totaal van 34% verklaarde variantie. De F-test (ANOVA) gaf F(1,179)=23,6 en p=2,64 x 10-6 (0,00026 %).
  • Discussie
      Dit was een eerste aanzet tot een wetenschappelijk onderzoek, een zgn. pilot studie. Alvorens de zwakke punten aan te wijzen in de methode zal ik eerst de resultaten kort bespreken. De kans dat de 70 positieve WR uitslagen door toeval op deze manier verdeeld zouden zijn is 0,00026 %. Het is dus praktisch onmogelijk dat deze uitslag op toeval berust en er is dus informatieoverdracht geweest tussen de inhoud van de doosjes en het gedrag van de Lopers. Er zijn echter teveel zwakke punten in deze proef die interpretatie hinderen. Zo heeft de Neerlegger de doosjes ook gevuld. Het lege doosje was ten tijde van het plaatsen op de grond gemakkelijk te herkennen door het lagere gewicht. (Was de Neerlegger persoon 2 of 9?) De Neerlegger liep zelf ook mee en was op dat moment ook voor de andere Lopers zichtbaar. De Registrator was niet blind en was voor de Lopers zichtbaar tijdens het lopen. Dit zijn allemaal mogelijkheden voor informatieoverdracht. Een aantal verbeterpunten volgt uit deze zwakke punten. Er moet één Neerlegger zijn die ook de doosjes vult maar deze persoon is ten tijde van het neerleggen alleen in de ruimte. De Neerlegger verdwijnt dan: gaat bijvoorbeeld naar huis. Er is steeds maar één Loper in de ruimte en een surveillant die niets weet. Iedere Loper geeft één keer zijn antwoord door een schema in te vullen met daarop een weergave van alle doosjes. Lopers weten welke voorwerpen over de doosjes zijn verdeeld en hoeveel het er zijn, maar moeten bepalen hoe de voorwerpen over de doosjes zijn verdeeld. Lopers mogen zo vaak lopen als ze willen, maar kunnen maar één formulier invullen. Een ander verbeterpunt is dat alle aanwezigen hun mobiele telefoons inleveren. Dit verkleint de kans op vals spelen en de daarnaast ook de kans op elektromagnetische interferentie. Voor publicatie in een internationaal vakblad zoals Bioelectromagnetics moet betere statistiek toegepast worden (binomiale statistiek i.p.v. regressieanalyse).
  • Conclusies
      Er is ruim boven kansniveau gescoord, de kans dat deze uitslag toevallig op zou treden is 0,00026 %. (Een wetenschapper is over het algemeen bereid om iets aan te nemen als deze kans kleiner dan 5% is.) Er is dus een verband tussen de inhoud van de doosjes en de uitslag van de WR. Aan dit pilot onderzoek zijn desondanks nauwelijks veilige conclusies te verbinden over de aard van de beïnvloeding omdat er teveel mogelijkheden hiervoor zijn geweest. Als vingeroefening is het wél zeer geschikt geweest, o.a. door de aanwezigen bewust te maken van de tekortkomingen. Het lijkt mogelijk om de proef te herhalen op een manier die het toelaat om de uiteindelijke vraag te beantwoorden: 'werkt het écht of bedriegen de Lopers (ook) zichzelf?'.

      *) gezicht, reuk, smaak, gehoor, rotationele acceleratie, lineaire acceleratie, fijne tast, proprioceptie, grove tast, warmte, koude, pijn, jeuk
      **) o.a. de musculus pronator teres en musculus pronator quadratus die de onderarm om zijn eigen as kunnen roteren: zgn. supinatie.

      R. Kortekaas, (op persoonlijke titel).


      auteur: W.T. Zanstra, 2007