Wichelen in de Rieskrater



  • Rieskrater en Steinheimer Becken
      Ongeveer 14,7 miljoen jaar geleden werd het Europese continent getroffen door de inslag van een grote brok steen met een doorsnede van ruim een kilometer. Deze catastrofale gebeurtenis leidde tot het ontstaan van de Rieskrater, gelegen in het zwaartepunt van de driehoek Stuttgart - Neurenberg - München met als bijproduct de veel kleinere krater, het Steinheimer Becken op een kilometer of veertig naar het westzuidwesten. De kraterdiameters bedragen respectievelijk 25 km en 3,5 km. Blijkbaar is de veroorzakende meteoroïde op zijn tocht door de aardse dampkring in stukken gebroken. Voor zover bekend zijn er bij deze inslag geen diersoorten uitgestorven en is de meteoroïde zelf geheel verdampt. Pas in het jaar 1961 waren het Shoemaker en Chao die aan de hand van vervormingen van kwartskristallen definitief konden aantonen dat de vreemde ronde structuur van de Rieskrater door de inslag van een meteoroïde moest zijn veroorzaakt. De kristallen zijn te vinden in het gesteente (sueviet) dat na de inslag ontstond en waarmee talloze bouwwerken in de omgeving zijn opgebouwd.

      Beide kraters zijn in het Duitse Juralandschap nog heel duidelijk aan hun reliëf herkenbaar. De kleinere heeft zelfs een centrale berg. Gedurende enkele miljoenen jaren waren zij gevuld met water en leven wat een dikke fossielenrijke kalkbodem heeft opgeleverd. Daar de sporen van de inslag tot in Tsjechië zijn verspreid kan geconcludeerd worden dat de meteoroïde waarschijnlijk vanuit het noordwesten moet zijn gekomen. Ook het feit dat de grotere Rieskrater meer naar het oosten ligt spreekt daarvoor. De minder zware brokstukken bereiken immers eerder de grond.

      Echter niet alleen de structuur van het landschap, maar ook het magnetische veld verraadt de aanwezigheid van de kraters. Immers, het aardse gesteente dat oorspronkelijk het vrijwel homogene aardse magnetische veld had aangenomen, werd door de inslag de lucht in geslingerd waarna het in brokstukken terugviel. Op en rond de randen van de kraters liggen de gesteentebrokken nu slordig door elkaar, waardoor het magnetische veld daar een grillige structuur heeft gekregen. Dit in tegenstelling tot het meer homogene veld binnen de randen van de kraters boven de dikke kalklagen die in alle rust zijn ontstaan.
  • Het idee
      De vraag wierp zich dan ook op, of het op grond van bovenstaande mogelijk zou zijn om de onregelmatigheden in het magnetische veld van de Rieskrater met behulp van een wichelroede en een kompas aan te tonen en daarmee de krater in kaart te brengen.

      Om het idee tot uitvoering te brengen zouden op zoveel mogelijk locaties, bijvoorbeeld op een onderlinge afstand van zo'n vijf kilometer, de nodige waarnemingen moeten worden verricht. Een ruwe schatting geeft voor deze situatie een aantal van 85 meetpunten. De posities daarvan (geografische lengte en breedte), de hoogte boven zeeniveau en de tijd zouden kunnen worden afgelezen op een GPS-apparaatje, evenals de richting van de magnetische pool van de aarde in het noorden van Canada. Voor informatie over de werkelijke richting van de magnetische veldlijnen ter plaatse is het kompas nodig. Met behulp van de wichelroede zou een indruk kunnen worden verkregen van de grilligheid van het magnetische veld.
  • Principe van het wichelen
      Het lijkt erop dat ieder mens met minieme spierbewegingen reageert op veranderingen, zowel in sterkte als in richting, in de elektrische en/of magnetische velden om hem heen. Dit verschijnsel zou te maken kunnen hebben met de zenuwen die als stroomgeleiders fungeren en als zodanig (via de hersenen) spieren aansturen.

      De spierbewegingen die een nagenoeg onmerkbare torsie van de horizontaal gehouden onderarmen veroorzaken, kunnen na enige oefening met behulp van een wichelroede sterk worden uitvergroot en zichtbaar gemaakt. De verklaring hiervoor lijkt onder andere opgesloten te liggen in de natuurkundige wetten van het elektromagnetisme. Met de kennis daarvan is het zelfs mogelijk om met behulp van de wichelroede de elektrische en magnetische variaties van elkaar te onderscheiden. De vorm en het materiaal van dit hulpmiddel zijn daarbij niet van primair belang.
  • Wichelen in de Rieskrater
      Het was niet eenvoudig om de met een wichelroede verkregen meetresultaten in getallen uit te drukken. Wel kon ruwweg een indeling worden gemaakt in een aantal categorieën als maat voor de grilligheid van het magnetische veld. Indien er bij het lopen met de wichelroede over minimaal 20 stappen geen reactie werd veroorzaakt, werd ervan uitgegaan dat het veld ter plaatse constant van richting en grootte was. Dit bleek praktisch overal binnen de kraterrand het geval te zijn. Op de rand van de krater en daarbuiten was echter steeds in meer of mindere mate sprake van een reactie van de wichelroede bij het lopen, variërend van een activiteit om de 10 stappen tot een zeer sterke activiteit bij iedere stap. In figuur 1 zijn voor alle meetpunten de resultaten weergegeven, verdeeld in bovengenoemde categorieën. De open rondjes geven een homogeen veld aan, de donkere vierkantjes wijzen op een grillig veld. Duidelijk is de vorm van de Rieskrater herkenbaar. Om zo betrouwbaar mogelijk te meten werd er steeds voor gezorgd in een natuurlijke omgeving te lopen die magnetisch niet verstoord werd door menselijke activiteit. Ook de afwijking van het kompas ten opzichte van de theoretische richting van het magnetische veld van de aarde was met de eenvoudige hulpmiddelen niet gemakkelijk nauwkeurig te bepalen. Toch geven de resultaten ook hier een herkenbaar beeld van de Rieskrater. Zie figuur 2.


      Fig.1



      Fig.2


  • Bij de figuren (Juli 2001)
      Figuur 1. De open rondjes geven de locaties aan waar volgens de methode met de wichelroede het magnetische veld homogeen is. Op de overige plaatsen is sprake van matige tot sterke grilligheid van het veld. De cirkel duidt op de globale rand van de Rieskrater. De meetpunten links onder liggen in het Steinheimer Becken. Figuur 2. Dezelfde meetpunten als in figuur 1, maar nu ingedeeld naar de afwijking van het kompas ten opzichte van de richting van de magnetische pool in Canada. De open rondjes geven de locaties aan waar geen noemenswaardige kompasafwijking kon worden aangetoond. De donkere vierkantjes geven een (variabele) afwijking naar het oosten of het westen.
  • Conclusie
      Het is mogelijk gebleken om met behulp van een wichelroede en een kompas de magnetische structuur in en rond een inslagkrater in kaart te brengen en daaraan de krater in zijn omgeving te herkennen. Door de meetpunten dichter bij elkaar te kiezen zal dit nauwkeuriger moeten kunnen. Voor dit project kwamen 88 locaties in aanmerking die aan redelijk strenge eisen voldeden. In totaal werd ruim 600 kilometer gereden om het karwei in zeven dagen af te maken, van 21 t/m 27 juli 2001. Zowel in de Rieskrater als in het Steinheimer Bekken is al veel wetenschappelijk onderzoek verricht. De resultaten daarvan zijn grotendeels te vinden in het Rieskratermuseum te Nördlingen en het Meteorkratermuseum te Sontheim (Steinheimer Becken).
  • W.T. Zanstra, 2006


  • Verdere informatie



    Home