Venus voor de zon (1)



Waarneemactie voor publiek

In de ochtend van 8 juni aanstaande zal de planeet Venus zich in haar baan precies tussen de zon en de aarde bevinden. Heel goed kan dit zeer zeldzame verschijnsel worden waargenomen doordat het ronde bolletje zich duidelijk zwart tegen de veel grotere zonneschijf aftekent. Ter gelegenheid hiervan heeft de Stichting Weer- en Sterrenkunde Eemsmond bij helder weer op vier locaties in de provincie tussen 10 en 12 uur waarnemingsposten ingericht waar belangstellenden deze bijzondere gebeurtenis met eigen ogen op een veilige manier kunnen aanschouwen:

  • Appingedam, Oude Raadhuis
  • Oude Pekela, Rietgors 12
  • Slochteren, Duusrwoldhal
  • Wehe den Hoorn, 't Marnehoes


  • Ervaren waarnemers hebben telescopen opgesteld en zullen een en ander vertellen over de historische achtergronden. Overigens is het verschijnsel ook zonder telescoop te zien, maar gebruik daarbij wel een eclipsbrilletje of een stuk lasglas nummer 14. Kijk nooit met onbeschermde ogen rechtstreeks naar de zon!

  • De voorgeschiedenis
      Het is niet bekend of er voor het begin van de 17de eeuw waarnemingen zijn gedaan aan de overgang van Venus over de zon. De kennis van de bewegingen van de planeten was onvoldoende om het verschijnsel te kunnen voorspellen en de telescoop was nog niet uitgevonden.

      Johannes Kepler was in 1627 de eerste die met een nauwkeurigheid van enkele dagen kon zeggen dat de eerstvolgende Venusovergang zou plaatsvinden rond 6 december 1631. Het bleek dat deze niet vanuit Europa waar te nemen was en er zijn geen meldingen van gemaakt. De volgende gelegenheid zou zich voordoen rond 4 december 1639, acht jaar later. Kepler heeft dit niet uit zijn berekeningen kunnen afleiden, maar de jonge astronoom Jeremiah Horrocks ontdekte de "fout" en deed de voorspelling wel. Hij en zijn vriend William Crabtree waren zij als eersten en enigen in staat daadwerkelijk de planeet Venus voor de zonneschijf waar te nemen en het tijdstip ervan vast te leggen. Daardoor werd de baan van Venus in één klap een stuk beter bekend. Een triomf voor de wetenschap.
  • De afstand van de aarde tot de zon
      Intussen stonden de ontwikkelingen in de sterrenkunde niet stil. De drie wetten van Kepler die de bewegingen van de planeten beschrijven waren merkwaardig genoeg niet in staat om uitsluitsel te geven over de werkelijke afstanden van de planeten tot de zon. Wel waren de onderlinge verhoudingen daarvan bekend. Het was daarom heel belangrijk om één van die afstanden zo exact mogelijk te bepalen, opdat zij daarna allemaal uitgerekend konden worden. Het lag het meest voor de hand om op de één of andere manier de afstand van de aarde tot de zon door metingen te bepalen. Maar hoe?

      De door zijn komeet beroemd geworden Edmund Halley zag daartoe een kans bij de waarneming van een Venusovergang vanuit een aantal ver uit elkaar gelegen plaatsen op aarde. Venus neemt daardoor schijnbaar verschillende posities ten opzichte van de zonneschijf in en de afstand van de aarde tot de zon kan worden berekend. In 1716 stelde Halley voor om dergelijke waarnemingen te doen bij de eerstvolgende Venusovergang.
  • Het paar van 1761 en 1769
      Het voorstel van Halley leidde op 6 juni 1761 tot de eerste grootschalige internationale weten-schappelijke actie die ooit was gehouden. Ook in Franeker en Leeuwarden kon het publiek, onder wie Eise Eisinga, de gebeurtenis volgen. Helaas viel de nauwkeurigheid waarmee de afstand van de aarde tot de zon werd bepaald enigszins tegen. De fout in het eindresultaat van ongeveer 150 miljoen kilometer bedroeg nog zo'n 15 miljoen kilometer. Het weer was een van de spelbrekers. Ook waren de coördinaten van sommige waarnemingsstations moeilijk te bepalen en waren er problemen bij de bepaling van de tijdstippen van intrede en uittrede. Het druppeleffect en de hierbij ontdekte atmosfeer van Venus gooiden roet in het eten.

      Acht jaar later, op 3 juni 1769 diende zich een nieuwe kans aan. De Venusovergangen treden namelijk in paren op met acht jaar verschil die elkaar opvolgen met tussenpozen van ruim 100 jaar. Deze keer waren en 151 officiële waarnemers (en vele amateurs) actief op 77 stations verdeeld over een groot deel van de aarde. Ook kapitein James Cook werd ingezet met het schip de Endeavour. De resultaten waren beter en gecombineerd met die van 1761 kwam men tot een onnauwkeurigheid in de afstand aarde-zon van 600.000 kilometer. Een hele vooruitgang, maar nog niet voldoende.
  • Het paar van 1874 en 1882
      Voor de Venusovergangen van de 19de eeuw waren de verwachtingen hoog gespannen voor wat betreft een nog nauwkeuriger bepaling van de afstand van de aarde tot de zon. Intussen was men getuige van de ontdekking van de planeten Uranus (1781) en Neptunus (1846) en de gordel van planetoïden tussen Mars en Jupiter (vanaf 1801). Ook de ontwikkeling van de fotografie en een nieuwe methode om de afstanden te bepalen tot de meest nabije sterren spraken tot de verbeelding. Bij de laatste dient de afstand aarde-zon als basis en werd het nogmaals duidelijk dat het van het grootste belang was deze zeer nauwkeurig te kennen.

      Misschien konden met behulp van de fotografie de tijdstippen van intrede en uittrede beter worden bepaald en zou men minder last hebben van het storende druppeleffect en de atmosfeer van Venus. Op 9 december 1874 was het weer zover. Expedities verspreidden zich over de wereld, maar keerden toch enigszins teleurgesteld terug. De onnauwkeurigheid in de afstand aarde-zon kon slechts tot zo'n 300.000 kilometer worden teruggebracht.

      Dank zij de fotografie kwam er rond diezelfde tijd een methode om met behulp van de planeet Mars en de nieuw ontdekte planetoïden opgenomen tegen de achtergrond van de vaste sterren de onderlinge afstanden in het planetenstelsel te bepalen en daarmee ook die van de aarde tot de zon. De resultaten hiervan waren aanzienlijk beter dan men gewend was van de Venusovergangen. Het enthousiasme van de wetenschap voor de overgang van 6 december 1882 kwam daarmee al op een laag pitje te staan.
  • De astronomische eenheid
      Tegenwoordig weet men dat de afstand van de aarde tot de zon, of beter gezegd: de halve lange as van de elliptische baan van het aarde-maan-stelsel ten opzichte van de zon, aan voortdurende verandering onderhevig is. Daar deze afstand op de schaal van een planetenstelsel als eenheid van lengte, de Astronomische Eenheid, wordt gebruikt heeft men in 1996 afgesproken deze te fixeren op 149.597.870.691 meter. Ook voor de lengte van de meter geldt een vaste afspraak. De cijfers geven de nauwkeurigheid aan waarmee de Astronomische Eenheid nu bepaald kan worden.
  • 8 Juni 2004
      Nadat er in de 20ste eeuw geen Venusovergangen hebben plaats gevonden, staat er binnenkort weer een te gebeuren. Op 8 juni 2004 tussen 7.20 en 13.23 uur (Midden Europese Zomertijd) kan men ook in Nederland bij helder weer getuige zijn van dit toch zeldzame verschijnsel dat slechts vijf maal eerder door mensen is waargenomen. In het besef dat dit gebeuren een grote rol heeft gespeeld bij de bepaling van de afstanden in het planetenstelsel is het een goede zaak om te zien hoe dat kleine zwarte schijfje langzaam over de zonneschijf trekt.

  • (naar: "Venus in Transit" door Eli Maor, ISBN 0 691 11589 3)

    Wtz