Titan, vroeger en nuTitan, de grootste maan van de planeet Saturnus, is 350 jaar geleden ontdekt door de Nederlander Christiaan Huygens. Op dit moment wordt het stelsel van Saturnus met zijn manen onderzocht door het ruimteschip Cassini. Natuurlijk is hierbij de nodige aandacht voor Titan. Het hoogtepunt vond plaats op vrijdag 14 januari met een landing van de Europese sonde Huygens op deze ijsmaan.
De grootste maan van Saturnus kreeg zijn huidige naam pas in 1847 dankzij de zoon van sir William Herschel, John Herschel, nadat er reeds 7 Saturnusmanen waren ontdekt. Hij werd hierbij geïnspireerd door de Griekse mythologie. De Titanen waren volgens de oude Grieken de eerste goden.
De Nederlandse astronoom Gerard P. Kuiper maakte in de winter van 1943-1944 spectroscopische opnamen van de grootste manen van Saturnus met de 208 cm kijker op de McDonalds sterrewacht in de USA. Hij ontdekte dat het spectrum van Titan dezelfde absorptiebanden van methaan (CH4) had die goed bekend waren van de planeten Saturnus en Jupiter en hij concludeerde hieruit dat Titan een atmosfeer moest bezitten. De vraag was nu hoeveel methaan er aanwezig is op Titan en uit welke andere gassen die atmosfeer nog meer bestaat. Hoe is deze dampkring ontstaan? De massa van Titan is veel kleiner dan die van Jupiter en Saturnus en daardoor is de zwaartekracht ook veel geringer. Titan kan zodoende geen grote hoeveelheden van de lichtere gassen waterstof en helium vasthouden. Zijn er wolken op Titan, zoals op Jupiter en Saturnus en hoe ziet het oppervlak eruit? Er waren veel vragen die niet opgelost konden worden door de waarnemers met hun aardse telescopen. Hiervoor staat Titan te ver weg. De maximale hoek van 0,8 boogseconden, waaronder Titan kan worden waargenomen, is te klein om met de aardse kijkers zinvolle metingen te kunnen doen.
Sinds 1988 kan men het oppervlak van Titan met behulp van radargolven waarnemen en denkt men dat Titan grotendeels een vast oppervlak heeft, dat bestaat uit een mengsel van waterijs en vaste koolwaterstoffen in tegenstelling tot de continenten en zeeën, zoals eerder werd aangenomen. Hoewel de atmosfeer voor zichtbaar licht niet doorzichtig is, kan men in het infrarode deel van het spectrum wel door de dampkring heen kijken. In het begin van de jaren negentig laten opnamen, gemaakt door de Hubble Space Telescoop, allerlei lichte en donkere gebieden zien, waaronder zich mogelijk een continent bevindt. Het idee van een maanomvattende zee van methaan wordt hiermee weerlegd.
Er zijn stromingspatronen te zien. De vloeistof die over het oppervlak stroomt is methaan (vloeibaar aardgas) en dat bij een temperatuur van 180 graden Celcius onder nul. Titan wordt overspoeld door vloeibaar aardgas, dat als regen uit de wolken valt, door rivieren en zeeën stroomt en de bodem doordrenkt. Door het ontbreken van zuurstof ontbrandt het methaan niet. De grootste bron van zuurstof is water, maar dat is allemaal bevroren. Gezien de lage temperatuur en de trage chemie lijkt het onwaarschijnlijk dat er leven is op Titan.
Het is wel duidelijk dat we de komende jaren nog veel meer te weten komen over deze intussen beroemde maan Titan die wel enige overeenkomsten heeft met onze eigen (wel wat warmere) oeraarde, zo’n 4 miljard jaar geleden. Wim Zijlema Bronnen: The Astronomical Scrapbook by John Ashbrook, 1984 The planet Saturn, A.F.O.D Alexander , 1962 The new Solar System, J. Kelly Beatty e.a., blz 277 ev Systema Saturnium (1659) door Christiaan Huygens Christiaan Huygens, Facetten van een genie, ESA, 2004 Zenit 1994 (nov), blz 451 ev Zenit 2004 (dec), blz 552 ev www.phys.uu.nl www.kennislink.nl www.esa.int saturn.jpl.nasa.gov |