Radio Havenstad FM'Rondje Havenstad'Het ruimteweer / het internationale jaar van de sterrenkunde De zon heeft eveneens een belangrijke rol gespeeld tijdens de overgang van de 16de naar de 17de eeuw. Nadat aan de mensheid eeuwenlang het geloof was opgedrongen dat de aarde het middelpunt van het universum was waar alle hemellichamen omheen draaien (en de mens de kroon op de schepping was), kwam er in 1543 in een publicatie van Copernicus naar voren dat het toch logischer zou zijn om de zon als centrum van rotatie te beschouwen. Vanuit de aarde gezien beschrijven de planeten grote lussen aan de hemel, terwijl de banen van de planeten ten opzichte van de zon mooie cirkels (ellipsen) zijn. De waarneming is dus afhankelijk van de positie van de waarnemer. Het planetenstelsel zelf verandert echter niet als de waarnemer zijn standpunt wijzigt. Toch werden de mensen die beweerden, dat de zon het centrum van rotatie was, gevangen gezet of op de brandstapel gegooid, terwijl zij dezelfde zaak alleen maar op een eenvoudiger manier wilden beschrijven. Galileo Galilei, een Italiaanse natuurkundige, gebruikt als eerste in 1609 een telescoop om naar de hemelobjecten te kijken. Ook hij was een aanhanger van het heliocentrische wereldbeeld en kon dit met zijn waarnemingen bevestigen. Hij ontdekte vier manen die rond de planeet Jupiter draaien en kon daarmee aangeven dat er meerdere centra van rotatie in de ruimte voorkomen dan alleen de aarde. Op het eind van zijn leven heeft ook Galilei met tien jaar huisarrest moeten boeten voor zijn (wetenschappelijke) visie op het zonnestelsel. Het moest duren tot 1992 tot hem eerherstel werd verleend. Presentatie: Paul Woldendorp Techniek: Remco Keizer Samenvatting en bijdrage: Wim Zanstra |