Radio Havenstad FM

'Rondje Havenstad' vanuit ’t Lokaal te Delfzijl


  • 13 juni 2009 (tussen 12:00 en 14:00 uur)


    De ruimtetelescopen Herschel en Planck (3)
      Op 14 mei om 15.12 uur Midden Europese Zomertijd werden volgens plan de twee ruimtetelescopen Herschel en Planck met succes gelanceerd. In tegenstelling tot wat men van een telescoop verwacht wordt hiermee niet gewerkt in het zichtbare deel van het spectrum (de regenboog), maar met de voor het oog ongevoelige infrarode straling. Het stralingsspectrum is namelijk aanzienlijk uitgebreider dan alleen het zichtbare licht. Aan het eind van de 17de eeuw wist Newton het licht van de zon al te ontleden in de kleuren van de regenboog van blauw tot rood. Toen William Herschel in 1800 met een thermometer het spectrum aftastte, ontdekte hij een onverwachte temperatuur-verhoging aan de rode onzichtbare kant buiten het spectrum. De veroorzaker moest een stralingsvorm zijn waarvoor het oog niet gevoelig is, maar die als warmte wordt ervaren door de huid of een thermometer. De infrarode straling was ontdekt en de ontdekker is nu geëerd doordat zijn naam aan één van de gelanceerde ruimtetelescopen werd verbonden.

      Het gedrag van de infrarode straling wordt duidelijk aan de uitstraling van een kachel of aan de rode ondergaande zon. Bij de aanwezigheid van stofdeeltjes in de atmosfeer wordt alleen de rode kleur doorgelaten. De infrarode straling is daartoe nog beter in staat en kan gemakkelijk door stofwolken in de ruimte heen dringen. Hierdoor kunnen de stervormingsprocessen die zich meestal in stofwolken (Orionnevel) afspelen goed met behulp van infrarode straling worden geobserveerd. Ook zijn de sterren in het centrum van de Melkweg op die manier goed waar te nemen en te onderzoeken en ook de stofwolken zelf. Zelfs de afzonderlijke moleculen daarin kunnen worden herkend. Ook planeten bij andere sterren kunnen in het infrarode deel van het spectrum beter worden waargenomen, omdat zij warmte uitstralen en de ster veel meer zichtbaar licht. Door de uitdijing van het heelal worden bovendien objecten als ver verwijderde sterrenstelsels veel roder gezien dan normaal. Het Doppler-effect is daarvoor verantwoordelijk. Zo kan de Herscheltelescoop ook daar naar "kijken". Daar men op grote afstanden tevens naar het verleden kijkt, kan dit een grote vooruitgang in het onderzoek naar jonge sterrenstelsels betekenen. De Planck-telescoop kijkt extreem ver terug in het verleden, ook in het infrarood, en kan informatie leveren over de oorsprong van het heelal. Zie www.meteodelfzijl.nl of deze website
    Presentatie: Harma van Nieuwpoort
    Techniek: Remco Keizer
    Samenvatting en bijdrage: Wim Zanstra