Radio Havenstad FM

'Rondje Havenstad' vanuit ’t Lokaal te Delfzijl


  • 7 maart 2009 (tussen 12:00 en 14:00 uur)


    Johannes Keppler / de botsingsprodukten van 10 februari
      Eén van de redenen voor de organisatie van het Internationale Jaar van de Sterrenkunde is het feit dat de astronoom Johannes Kepler in 1609 twee van zijn drie wetten voor de planeetbanen publiceerde in zijn werk: "Astronomia Nova". De eerste wet geeft aan dat de baan van een planeet rond de zon de vorm heeft van een ellips met de zon in één van de brandpunten. De tweede wet geeft een regel over de snelheid in ieder punt van de baan. Het kwam heel goed uit dat gisteren (6 maart 04.49 MET) de lancering plaatsvond van de ruimtesonde "Kepler" met zeer nauwkeurige instrumenten aan boord, waarmee men hoopt op de ontdekking van een groot aantal exoplaneten die op de aarde lijken en waarvan de afstand tot hun ster zodanig is dat er water in vloeibare vorm kan bestaan. Alleen dan is er een kans dat er op die planeten leven voorkomt en dat dit leven misschien vanaf de aarde waargenomen kan worden. Men is immers nog steeds op zoek naar buitenaardse vormen van leven. De Keplermissie zal 3,5 jaar duren. Daarna is er een indruk verkregen van het percentage aardachtige planeten in het Melkwegstelsel en is er een belangrijke stap gezet naar het antwoord op de vraag of er alleen op aarde leven voorkomt of niet. Planeten bij sterren kunnen door Kepler worden ontdekt door een minieme helderheidsafname te registreren op het moment dat een planeet precies voor de ster langs trekt. Daartoe wordt een groot aantal sterren in de gaten gehouden in de Melkweg in de omgeving van de sterrenbeelden Zwaan en Lier. Kepler gebruikt daarvoor de grootste ccd-camera die ooit in de ruimte is gebruikt. De tot nu toe ontdekte (333) exoplaneten hebben allemaal een massa van minimaal 5 maal als die van de aarde en draaien hun rondjes zeer dicht bij hun sterren. Zie ook: www.nasa.gov/kepler.

      Op 10 februari j.l. kwamen de satellieten Iridium-33 en Kosmos-2251 met elkaar in botsing op een hoogte van 800 km boven Siberië. Op 1 maart waren er al 414 brokstukken geregistreerd. Nu al 129 daarvan zijn afkomstig van de Iridium-33 en hebben zich verspreid langs hun oorspronkelijke baan tussen de hoogtes 525 en 1265 km. Van de Kosmos-2251 weet men nu dat er zich 275 brokstukken lang de baan hebben verspreid tussen hoogtes van 227 en 1690 km. Zij vormen een mogelijk gevaar voor de Hubble Telescope en de ISS.
    Presentatie: Paul Woldendorp
    Techniek: Remco Keizer
    Samenvatting en bijdrage: Wim Zanstra