Radio Havenstad FM

'Rondje Havenstad' vanuit ’t Lokaal te Delfzijl


  • 7 februari 2009 (tussen 12:00 en 14:00 uur)


    Het ruimteweer / de herkomst van materiaal uit de ruimte
      De afgelopen week was er wederom niet veel beweging in het ruimteweer. De snelheid van de zonnewind was redelijk constant en zonder verdichtingen in de stroom geladen deeltjes. De oorzaak ligt nog steeds in het feit dat de zon zelf zeer weinig activiteit vertoont, hetgeen zich uit in de afwezigheid van zonnevlekken. Zo langzamerhand begint het huidige minimum van de zon wel erg lang (enkele jaren) te duren. Het zou wel eens het langste minimum van de afgelopen eeuw kunnen worden.

      Regelmatig kunnen er vallende sterren worden waargenomen, zoals de Perseïden in augustus en de Leoniden in november. Daarbij gaat het om de lichtsporen die zeer kleine deeltjes in de dampkring veroorzaken, terwijl zij daar met zeer grote snelheden (tot 80 km/s) doorheen vliegen. Deze deeltjes zijn verloren door kometen die in hun banen rond de zon materiaal verliezen. Ook de staartvorming van kometen is daar een uiting van. Wanneer de aarde zo'n kometenbaan doorkruist komen de verloren deeltjes met grote snelheid in de atmosfeer terecht, waar zij door de wrijving vergloeien. Vuurbollen (zoals die van 17 januari) ontstaan bij de intrede van grotere brokjes die vaak afkomstig zijn uit de gordel van planetoïden tussen de banen van Mars en Jupiter. Sommige brokstukken daarvan kunnen ook de aardbaan kruisen en op het moment dat de aarde in de buurt is, geeft dat aanleiding tot een zeer heldere vuurbol. Een vallende ster wordt "vuurbol" genoemd, wanneer deze helderder is dan de planeet Venus. Vuurbollen kunnen ook ontstaan wanneer stukjes ruimteschroot in de dampkring verbranden.
      Grotere stukken ruimteschroot en leden van de planetoïdengordel veroorzaken behalve felle lichtverschijnselen in de atmosfeer ook de inslagen van materiaal op de aardbodem, waarbij kratervorming kan optreden. De op aarde terecht gekomen leden van de planetoïdengordel worden dan meteorieten genoemd. Hoe groter de brokstukken, hoe groter de krater. Als vuistregel geldt dat de diameter van een inslagkrater ongeveer 20 maal zo groot is als de doorsnee van het ingeslagen brokstuk. Bekend zijn bijvoorbeeld de Chixculubkrater in Mexico (Ø = 200 km), de Canyon Diabolo in Arizona (Ø = 1 km) en de Rieskrater in Duitsland (Ø = 25 km).
    Presentatie: Peter van Campenhout
    Techniek: Remco Keizer
    Samenvatting en bijdrage: Wim Zanstra