Radio Havenstad FM

'Rondje Havenstad'


  • 3 mei 2008 (tussen 12:00 en 14:00 uur)


    Uitbarsting op de zon zonder vlek / de kleine ijstijd en het Maunderminimum
      Op 26 april 2008 is er een coronale massa uitbarsting (cme) op de zon geweest, zonder dat er sprake was van een zichtbare zonnevlek. Dit is het bewijs dat het oppervlak van de zon ook actief kan zijn zonder de aanwezigheid van zonnevlekken en dat de zonnevlekken niet verantwoordelijk hoeven te zijn voor de massa uitbarstingen. Heel toevallig werd dit verschijnsel gefotografeerd door Emiel Veldhuis uit Zwolle en op de site www.spaceweather.com geplaatst. Ook zijn daar te vinden de waarnemingen van Rob Stammes (Lofoten) van de verstoringen van het geomagnetische veld en de tellurische stroom (aardstroom), eveneens op 26 april. De coronale massa uitbarsting ging gepaard met een röntgenflare van de klasse B3 die om 14.05 UTc begon. Aan de driehoekige vorm van de grafiek hiervan was te zien dat er tevens materie vrijgekomen was in de vorm van een wolk geladen deeltjes. Daardoor werd de röntgenflare vertraagd. De verstoringen bij Rob Stammes begonnen kort na het begin van de uitbarsting en moeten zijn veroorzaakt door de vrijgekomen elektromagnetische energie die er ruim acht minuten over doet om met de lichtsnelheid van de zon naar de aarde te reizen. Extra ionisaties en stromingen in de ionosfeer waren het gevolg, hetgeen een "sudden ionospheric disturbance" (sid) wordt genoemd. Daardoor werd ook het geomagnetische veld onrustig en ontstonden er variaties in de tellurische stromen. De cme zelf bestond uit materie en had vier dagen nodig om als een soort schokgolf in de zonnewind van de zon naar de aarde te reizen. De gemiddelde snelheid bedroeg daarbij 430 km/s. De aankomst daarvan op 30 april gaf eveneens aanleiding tot geomagnetische verstoringen. De storingen waren echter niet van dien aard dat de aarde er last van ondervond. Zij vielen op doordat het gebeurde in een zeer rustige periode waarin de zon momenteel verkeert.

      In het tijdschrift "Sterne und Weltraum" 2008-5 verscheen een kort berichtje over de zeer lage aantallen zonnevlekken gedurende het Maunderminimum van 1645-1715. Wilfried Schröder uit Bremen oppert het idee dat de nasleep van de 30-jarige oorlog in Europa (1618-1648) daaraan ook debet kan zijn, omdat in die tijd en de tijd erna zeer weinig animo bestond voor de wetenschap en in het bijzonder voor het tellen van zonnevlekken. Er waren immers wel meldingen van poollicht in een 11-jarige cyclus. De vraag blijft of dit Maunderminimum de oorzaak kan zijn geweest van de "Kleine IJstijd" die trouwens heeft geduurd van 1430-1850. Zie bijvoorbeeld en.wikipedia.org/wiki/Maunder_minimum en "Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, deel 4, pagina 708 (J. Buisman, ISBN 90-5194-143-9). Aan de andere kant is het wel zo dat in de jaarringen van veel dikke bomen de 11-jarige zonnevlekkencyclus is terug te vinden en dat er momenteel bij een stijging van de globale temperatuur tevens met behoorlijk hoge maxima van zonnevlekken te maken hebben. Ook moet worden opgemerkt dat de zon, behalve een 11-jarige periode van activiteit, ook nog andere periodes kent. Het volgende zonnemaximum zou weleens nog hoger kunnen worden. Hopelijk komt er toch nog eens een Elfstedentocht in Friesland.


      Presentatie: Jan Wildeman
      Techniek: Remco Keizer
      Samenvatting en bijdrage: Wim Zanstra