Radio Havenstad FM

'Rondje Havenstad'


  • 2 februari 2008 (tussen 12:00 en 14:00 uur)


    Ruimteschroot / Sterrenstelsels in jong heelal
      Naar aanleiding van een berichtje in de persmedia van 28 januari dat een uitgewerkte satelliet de aarde zou "bedreigen" wordt nader ingegaan op het thema "ruimteschroot". Het gaat om een Amerikaanse spionagesatelliet met een massa van ongeveer 1000 kg en ter grootte van een minibusje. De satelliet volgt een baan over de polen van de aarde en kan dus gedurende een halve aardrotatie (12 uur) de gehele aarde controleren. Over het algemeen vliegen deze satellieten laag genoeg om een zekere hinder te ondervinden van de wrijving met de atmosfeer. Op het moment dat de satelliet is uitgewerkt kan daartegen niets meer worden gedaan en zal hij in een steeds lagere baan terechtkomen en daardoor ook steeds meer wrijving gaan ondervinden. Laagvliegende satellieten vliegen in ongeveer anderhalf uur rond de aarde met een snelheid van circa 10 km/s. Hoe lager zij komen, hoe heter zij worden. Zij kunnen zelfs in stukken uiteen vallen. Als een heldere vuurbol bewegen zij naar de aarde en als de vallende brokstukken groot genoeg zijn komen deze ergens op het aardoppervlak terecht. De vraag is nu waar en wanneer. In tegenstelling tot het ruimtestation MIR dat op 23 maart 2001 gecontroleerd naar beneden werd gehaald is dat met bovengenoemde satelliet blijkbaar niet het geval. Men verwacht hem eind februari, begin maart op een nog onbekende plaats. Vermoedelijk zullen uit waarnemingen van de satelliet de locatie en tijdstip van neerstorten steeds nauwkeuriger bekend worden. Sinds de lancering van de eerste Spoetnik op 4 oktober 1957 hebben er ruim 4000 lanceringen plaats gevonden. Daarvan zijn nog 700 satellieten operationeel. Verder vliegen er als gevolg van de lanceringen nog 7000 brokstukken en (verloren) voorwerpen in de ruimte rond die groter zijn dan 10 cm. Van het grootste deel hiervan is de herkomst onbekend. Deze stukken ruimteschroot worden echter wel goed in de gaten gehouden. Men kan redelijke schattingen maken wanneer en waar zij in de dampkring zullen verbranden of op aarde zullen terechtkomen. Bovendien kunnen op die manier ook de botsingskansen met andere ruimtevaartuigen zo klein mogelijk worden gehouden. Met de tientallen miljarden stukjes ruimtepuin kleiner dan 10 cm wordt verder op deze manier geen rekening gehouden. Ook deze kunnen als een heldere meteoor terugkeren in de dampkring.

      De eerstvolgende presentatie bij de Stichting Weer- en Sterrenkunde Eemsmond (6 februari a.s.) heeft als thema: "Sterrenstelsels in het jonge Heelal". Dankzij de steeds beter wordende waarneemtechnieken zijn er nu sterrenstelsels en clusters van stelsels ontdekt die zich nog bevinden in de tijd dat het heelal slechts 1 miljard jaar oud was. Een internationaal team van astronomen o.l.v. de Leidse Mariska Kriek vond dat veel van die stelsels vooral bestaan uit oude sterren. Hoe konden deze sterrenstelsels al zo vroeg volwassen worden? Ook blijkt de stervorming in deze stelsels veel minder te zijn dan wordt verwacht op grond van het totale aantal sterren in het heelal. Wordt de stervorming misschien afgeremd door grote zwarte gaten in het centrum van de stelsels? In Leiden wordt onderzoek gedaan naar de wijze waarop de sterrenstelsels zich in clusters groeperen.

      Presentatie: Jan Wildeman
      Techniek: Remco Keizer
      Samenvatting en bijdrage: Wim Zanstra