De status van Pluto


Een reactie van W.T. Zanstra, voorzitter van de Stichting Weer- en Sterrenkunde Eemsmond


Op grond van storingen in de baan van de planeet Neptunus werd op 18 februari 1930 door Clyde William Tombaugh op het Lowell Observatorium te Flagstaff, Arizona een hemellichaam ontdekt dat deze storingen zou hebben kunnen veroor-zaakt. Het object moest zich buiten de baan van Neptunus bevinden. Op 13 maart 1930, de 75ste verjaardag van de intussen gestorven Percival Lowell, werd de ontdekking wereldkundig gemaakt. Men dacht de negende planeet, Pluto, van het zonnestelsel te hebben gevonden. Weer een grote eer na de kanalen op Mars. Pluto was echter wel een vreemde eend in de bijt van de overige planeten. De massa bedraagt slechts 10% van die van de aarde, terwijl de “oude” buitenste planeten vanaf Jupiter reuzen zijn. Pluto heeft een harde korst in tegenstelling tot zijn buren die gasplaneten zijn. Bovendien is de baan van Pluto excentrischer dan de overige planetenbanen en ligt deze niet goed in het eclipticavlak. Voor een deel ligt de baan van Pluto zelfs binnen die van Neptunus, terwijl bij alle overige planeten de banen elkaar volledig omvatten en nagenoeg in hetzelfde vlak liggen.

Zeer opvallend is verder dat de baan van Pluto niet aan de (niet bewijsbare) Regel van Titius-Bode (1768) voldoet, waarmee op een eenvoudige manier de afstanden van de planeten tot de zon kunnen worden berekend. Worden daarin de brokstukken van de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter meegerekend, dan zou de eerstvolgende planeet vanaf Neptunus op een afstand van 77 Astronomische Eenheden (AE) rond de zon moeten draaien. Pluto bevindt zich echter op een gemiddelde afstand van 40 AE van de zon. Al met al meer dan genoeg redenen om te twijfelen aan de planeetstatus van Pluto. Er is trouwens nog een probleem. Pluto is te klein om de resterende storingen in de baan van Uranus te kunnen verklaren. Gerard Peter Kuiper beweert dan ook in 1950 dat er buiten de baan van Neptunus een gordel van objecten moet zijn die genoemde storingen wel kan verklaren. Inderdaad zijn daarna veel van dergelijke objecten gevonden tussen de baan van Neptunus en een afstand van 100 AE tot de zon en ongeveer bewegend in het eclipticavlak. Het lijkt logischer om Pluto als één van hen en het eerst ontdekte te beschouwen. De gordel kreeg terecht de naam Kuipergordel. Het zwaartepunt zou best eens kunnen liggen op de plaats die de Regel van Titius-Bode aangeeft. Evenals in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter kon blijkbaar ook hier geen echte planeet ontstaan. Toch zag de International Astronomical Union (IAU) in 1999 Pluto nog steeds als een “normale” planeet en werd op 24 augustus 2006 in Praag besloten dat Pluto een dwergplaneet (nieuwe klasse) zal zijn. De sprong naar de status van het eerst ontdekte en één van de grootste leden van de Kuipergordel bleek nog te groot. Nu maar wachten op de volgende vergadering van de IAU in 2009.



De Regel van Titius-Bode was er al voordat de planeet Uranus werd ontdekt in 1781. Deze gebeurtenis was een mooie bevestiging van de onbewijsbare regel. Logischerwijze vloeide hieruit voort dat er tussen Mars en Jupiter een hiaat bestond. Was er nog een onbekende planeet? Het hiaat werd al spoedig opgevuld door een gordel van duizenden brokstukken die dwaalden tussen de sterren en daarom planetoïden werden genoemd. De eerste daarvan, Ceres, werd ontdekt in 1801 en was weer een bevestiging van de Regel van Titius-Bode. De afstand van de in 1930 ontdekte Pluto tot de zon (40 AE) past niet in dit systeem. Wordt Pluto echter beschouwd als een object dat behoort tot de Kuipergordel tussen 30 en 100 AE vanaf de zon met zwaartepunt bij 80 AE dan kan wel aan de Regel van Titius-Bode worden voldaan.

- Meer over Pluto:

TEKEN DE PLUTO PETITIE

Het besluit van de International Astronomical Union op 24 augustus 2006 te Praag heeft veel commotie teweeg gebracht. Slechts 4% van de 9000 leden waren aanwezig bij de vergadering waar het besluit werd genomen om Pluto in te delen bij de nieuwe klasse van de dwergplaneten. Eigenlijk zou een besluit met zo’n culturele en wetenschappelijke impact genomen moeten worden door een veel breder gezelschap van experts en leken. Door in de Pluto petitie aan te geven of u Pluto wel of geen planeet vindt kunt u ook hieraan een bijdrage leveren. Stemmen kan via de website http://www.petitiononline.com/mvemjsun/petition.html, eventueel ook te vinden via de bekende site www.spaceweather.com. De stand van zaken op 14 september 2006 was als volgt: Pluto is een planeet (6389 stemmen) en Pluto is geen planeet (2091 stemmen).

PLUTO GENUMMERD: 134340

Op 13 september 2006 wordt door het Centraal Bureau voor Astronomische Telegrammen van de IAU het volgende in de openbaarheid gebracht. Volgend op het besluit van de IAU van 24 augustus 2006 ten gevolge waarvan het planetenstelsel nu uit 8 planeten (Mercurius t/m Neptunus) bestaat en Pluto, Ceres en andere objecten als dwergplaneten worden bestempeld is door het Minor Planet Center onder andere Pluto nu opgenomen in de standaard catalogus van genummerde objecten met goed gedefinieerde banen als nummer 134340. (IAU Circular No. 8747, 13 september 2006). http://www.minorplanetcenter.net/iau/mpc.html