Meteorende dubbele telmethode van ÖpikDeze methode van visueel waarnemen van meteoren werd in de twintiger jaren van de vorige eeuw toegepast door de Estlandse astronoom Ernst Julis Öpik (1893-1985). De bedoeling is te bepalen welk percentage van de aan de hemel verschenen meteoren ook daadwerkelijk wordt waargenomen. Dit percentage hangt af van een aantal persoonlijke factoren van de waarnemer en de atmosferische omstandigheden. Een aantal daarvan wordt verrekend bij de bepaling van de ZHR. Uit ervaring blijkt nu het volgende. Wanneer twee of meer waarnemers tegelijkertijd naar het zelfde gebied aan de hemel kijken, blijkt de ene een aantal meteoren in een bepaalde helderheidsklasse te zien die de ander niet ziet en omgekeerd. De gemiste meteoren hoeven niet voor elke waarnemer dezelfde te zijn. Dit leidt tot persoonlijke verschillen in de waargenomen aantallen meteoren. Door een bepaalde verwerking van de waarnemingen wordt als het ware voor deze persoonlijke verschillen gecorrigeerd.
![]() In totaal zijn er door beide waarnemers samen dan (n1 + n2 - m) meteoren gezien. Neem verder aan dat er van de gekozen helderheid M meteoren waargenomen hadden kunnen worden dan waren de trefkansen voor beide waarnemers: De kans dat de m meteoren door beide waarnemers worden gezien wordt dan: ![]() Hieruit volgt tenslotte het aantal meteoren M dat door de beide waarnemers gezien had kunnen worden, indien zij er geen gemist hadden. In het algemeen ziet een waarnemer slechts 30 ā 50 procent van het totale aantal verschenen meteoren in een bepaalde helderheidsklasse. De methode van Öpik elimineert zodoende de persoonlijke omstandigheden, waardoor meteoren bij de telling worden gemist. Genoemd kunnen worden bijvoorbeeld: ervaring, gezichtsvermogen, conditie, kennis van de hemel, etc.
![]() De uitkomst kan op de bekende wijze worden omgerekend naar de ZHR-waarde. Literatuur: Handboek visuele Meteoorwaarnemingen (P. Roggemans, H. Betlem) |