Kijk op waarnemen 2006


Themamiddag door waarnemers SWSE


  • De amateursterrenwacht Bellingwolde ( Tido v/d Laan )
      De sterrenwacht aan de Sportweg 48 te Bellingwolde bestaat sinds 1998. Een geheel eigenhandig gebouwde 200 mm Newton telescoop staat op een vaste opstelling in een houten gebouwtje met een afschuifbaar dak. Een verhoogde houten vloer voorkomt vochtproblemen en stukvallen van apparatuur. Er is stroom-voorziening en verbinding met een computer in het woonhuis. Naast de grote hoofdkijker zijn nog enkele kleinere telescopen in gebruik: een 60 mm Polarex refractor, een 80 mm Richfield (f/5) en een 100 mm Polarex refractor. Alle kijkers met motorische aandrijving, (webcam)-camera’s en mogelijkheid voor zonnewaar-nemingen. Veel is door zelfbouw tot stand gekomen. Jaarlijks komt de Sterrenwacht Bellingwolde in de openbaarheid bij de Landelijke Sterrenkijkdagen, georganiseerd door de stichting De Koepel te Utrecht. Gedurende het hele jaar worden er veel waarnemingen verricht aan de zon, zowel visueel als fotografisch. Met de moderne fototechnieken (webcam, fringefilter en stapelen van de opnamen) komen zeer fraaie beelden tot stand van zonnevlekken (17 juli 2004) en de gedeel-telijke zonsverduistering van 3 oktober 2005).

      Behalve van de zon worden veel digitale foto’s gemaakt van de planeten Mercurius, Venus (o.a. de overgang over de zon op 8 juni 2004), Jupiter en Saturnus. Komeet Hale-Bopp werd in 1997 nog op de “oude” manier gefotografeerd met een camera voorzien van een 135 mm tele-objectief, die was gemonteerd op de 60 mm Polarex refractor. Met de hand werd nauwkeurig op de komeet gevolgd. Met de moderne stapeltechniek werden fraaie opnamen gemaakt van fragment B van komeet 73P/Schwassmann-Wachmann 3 op 30 april 2006. De Tuocam webcam was bevestigd op de 80 mm refractor, die op zijn beurt weer op de grote 200 mm Newton was gemonteerd. Zo kon nauwkeurig op de sterren worden gevolgd. Andere objecten die het fotograferen waard zijn geweest zijn de maan, de Orionnevel en de bolvormige sterrenhoop M13 in Hercules. Met behulp van de computerprogramma’s IRIS en K3CCD worden de gemaakte opnamen in de computer binnengehaald, waarna zij kunnen worden bewerkt met RegiStax (stapelen) en Paintshop Pro of Photoshop. Voor de toekomst zijn er plannen voor een ccd-camera, computerbesturing van de grote telescoop en meer fotografie. De Sterrenwacht Bellingwolde is te vinden op http://home.kpn.nl/tvdlaan/.

  • Zonnevlekken ( Wim Zijlema )
      Wim Zijlema staat zeker al 25 jaar bekend als waarnemer van de zon. De zon is een grote bol van plasma. In het inwendige worden door middel van kernfusie van waterstof naar helium enorme hoeveelheden energie opgewekt. Onder andere door convectie komt deze energie bij het “oppervlak” van de zon, waar een temperatuur heerst van zo’n 6000 Kelvin. Dit oppervlak is zichtbaar in het visuele deel van het spectrum en wordt “fotosfeer” genoemd. Op de fotosfeer tekenen zich donkere ge-bieden af: de zonnevlekken. Ook zijn de convectiebellen als een granulatie in de kijker te zien. In de zonnevlekken bedraagt de temperatuur circa 5000 Kelvin. Een filmpje laat ons inzoomen op de fotosfeer. Het waarnemen van de zon heeft vele voordelen. Het gebeurt altijd bij mooi weer. Het duurt niet te lang en kost niet teveel moeite. Inclusief de invoer in een database misschien 20 minuten. De lichtvervuiling stoort niet. Er kan een relatief kleine telescoop voor worden gebruikt. De zonnevlekken zijn voortdurend aan verandering onderhevig (dynamiek). De meetreeks resulteert in een mooie grafiek, waaruit de 11-jarige cyclus duidelijk is af te lezen. Om het grootste deel van het zonlicht te reduceren wordt in plaats van een (objectief)filter een Herschelprisma gebruikt. De database in de computer houdt zelf de Juliaanse datum bij en het rotatienummer van Carrington. De techniek van het waarnemen en de omstandigheden moeten wel steeds opnieuw worden ingevoerd. Het zonnevlekkengetal van Wolf wordt berekend. Filmpjes worden gemaakt met een webcam. Zij worden bewerkt met het programma RegiStax. De gebruikte telescoop is een 150 mm Newton. Bij het waarnemen van zonnevlekken onderscheiden we de aantallen afzonderlijke vlekken (f) en de groepen (g) waarin die vlekken voorkomen. Het Wolfgetal (sinds 1848) is een maat voor de activiteit van de zon en wordt als volgt berekend:

      R = f +10.g


      Soms is het moeilijk om de groepen te onderscheiden. Een grote en een kleine vlek worden beide gelijk als 1 geteld. Ondanks deze onvolkomenheden wordt met R toch een goed beeld verkregen van de 11-jarige zonnecyclus, die soms ook in de jaarringen van bomen zichtbaar wordt. Er bestaan trouwens ook andere manieren van tellen. De waarnemingen zijn sinds 1986 in een grafiek uitgezet, gemiddeld per Carringtonrotatie van ongeveer 4 weken. Via het internet heeft Wim Zijlema de zonnevlekkengetallen van 1610-1995 weten te bemachtigen. Ook nu werd een grafiek gemaakt van de activiteit van de zon als functie van de tijd. (maandgemiddelden). Duidelijk is het Maunderminimum te zien tussen 1650 en 1710 toen er nagenoeg geen zonnevlekken voorkwamen en er een “kleine ijstijd” heerste. Verder lijken de maxima met een periode van 11 jaar in de loop van de tijd steeds hoger te worden en verschijnt er een tweede periode van circa 120 jaar in de grafiek. Zie ook: http://home.hccnet.nl/w.zijlema/.

  • Visueel waarnemen van deep-sky objecten ( Jeffrey Bout )
      Jeffrey Bout treedt vandaag als gastspreker op. Hij is 32 jaar en studeert voor de tweede maal sterrenkunde aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Hij is sinds 1985 lid van de JWG (Jongeren Werkgroep van de KNVWS) en houdt zich bezig met de organisatie van sterrenkundekampen en het schrijven van artikelen voor het tijdschrift Universum. Zijn belangstelling voor de sterrenkunde ontstond in 1985. Zijn eerste kamp maakte hij mee in 1987. De eerste waarnemingen werden gedaan met een 2de hands JWG-kijker, een 68 mm Mizar refractor. Daarmee werden de maan, zonnevlekken en details op Mars zichtbaar. In 1992 en 1993 volgden kampen in het Franse Puimichel bij Danny Cardoen, waar met een 1-meter telescoop gewerkt kon worden. Via een 20 cm Newton telescoop op een Dobson montering is Jeffrey nu in bezit gekomen van een 25 cm Newton telescoop op een parallactische montering (merk Sky Watcher) met oculairen voor vergrotingen van 35x (zoeken) en 170x. Hij maakt gebruik van verschillende waarneemplaatsen: In het Lauwersmeergebied bij Kollumer Oord en in Drenthe bij Wateren en Papenvoort. In het computerprogramma Excel worden alle waarnemingen genoteerd, voornamelijk van de nevelachtige objecten uit de NGC catalogus die zich ver buiten ons zonnestelsel bevinden. Jeffrey probeert steeds weer nieuwe uitdagingen. Begonnen met de 110 uit de Messier catalogus heeft hij nu zo’n 250 mooie deepsky objecten kunnen waarnemen en vastleggen op de web-site www.deepskylog.be waar intussen al circa 12.000 waarnemingen beschreven staan van 15 à 20 waarnemers. Ook op www.skyhound.com zijn veel waarnemingen en tekeningen te vinden. Als leidraad voor het waarnemen van deepsky objecten kan uit meerdere mogelijkheden worden gekozen. Het bekende maar enigszins verouderde Burnhams Celestial Handbook (3 delen), de Deepsky Observers Guide, en op de computer The Guide, ook met clusters van sterrenstelsels. De laatste supernovae zijn te vinden bij de werkgroep Veranderlijke Sterren (AAVSO) of op www.rochesterastronomy.org. Jeffrey maakt veel gebruik van de Sky Catalogue 2000.0 en de Uranometria 2000.0. Zijn waarnemingen spreekt hij in op een taperecordertje. Het gemis aan een Nederlandse of Belgische werkgroep voor het visueel waarnemen van deepsky objecten heeft hij goed gemaakt met een zelf gebouwde eigen website: www.sterrenkunde.nl/deepsky. Op deze manier kunnen de waarnemers via het internet contacten met elkaar onderhouden. De site geeft informatie over de deep-sky objecten en het tekenen daarvan, telescopen, bijeenkomsten, e-mailcontacten, artikelen (ook door anderen geschreven), etc. Het doel van deze wijze van waarne-men is in de eerste plaats het plezier dat men eraan beleeft en het opdoen van ervaring met het omgaan met de materie. Tussen Kerst en Nieuwjaar gaat Jeffrey naar de Canarische Eilanden om met de Isaac Newton Telescoop de zwakste details in sterrenstelsels te fotograferen. Daarbij worden de volgende filters gebruikt: deepsky (UHC), rood (Hß) en blauwgroen (O3).
  • Sterbedekkingen ( Wim Zanstra )
      Gedurende ongeveer een maand (lunatie) voltooid de maan ten opzichte van de sterren op de achtergrond een volledige omloop. Langs een smalle strook aan de hemel (de Dierenriem) kunnen daarbij sterren door de maan worden bedekt. Door vanaf een bekende positie op de aarde de tijdstippen te bepalen waarop bepaalde sterren door de maan bedekt worden kan over verschillende zaken veel nuttige informatie worden verkregen. Denk hierbij aan de plaats van de maan als functie van de tijd, de posities van sterren, dubbelsterren, variaties in de aardrotatie, de vorm van de maanrand en de omvang van planetoïden. Om sterbedekkingen waar te nemen is al een niet al te grote eenvoudige mobiele sterrenkijker voldoende. De positie van de waarneemplaats kan met een GPS-apparaatje tot op enkele meters nauwkeurig worden bepaald. Met een stopwatch en een radio gecontroleerd klokje kunnen de tijdstippen worden bepaald. Daarbij moet rekening worden gehouden met de eigen reactietijd. Er zijn diverse factoren die de waarneming nadelig kunnen beïnvloeden. De onrust en doorzicht van de atmosfeer, wolken, wind en kou, dauw, horizonvervuiling, lichtvervuiling, het licht van de maan zelf, de helderheid van de ster, dampende schoorstenen, de lichten van passerende auto’s en de mensen die komen vragen wat je aan het doen bent. Ook de conditie van de waarnemer is van belang. Uitrusten, niet teveel roken en drinken en goed eten wapenen goed tegen de kou.

      De bepaling van bedekkingtijdstippen die met de hand worden gedaan kan gebeuren tot op 0,1 seconde nauwkeurig. Dat is hoofdzakelijk de fout in de reactietijd. Een waarneming verloopt als volgt in de tijd. Het verdwijnen of verschijnen van een (puntvormig) sterretje bij de maanrand gebeurt plotseling. De duur van dit proces kan worden verwaarloosd. Het duurt dan enige tijd voordat de waarnemer zijn stopwatch indrukt. Het is van belang om (bijvoorbeeld uit proefnemingen) enig inzicht te krijgen in de duur en de nauwkeurigheid van deze reactietijd. Bij een “gemakkelijke” waarneming is deze ongeveer 0,4 seconde met een fout van 0,1 seconde. Een test met veel bezoekers van een expositie heeft dit aangetoond. Hoe moeilijker de meting wordt (door storende omstandigheden), hoe langer en onnauwkeuriger de reactietijd. Is de ster te zwak en de maan te licht, dan kan helemaal geen waarneming meer worden gedaan. De magnitude m bepaalt de helderheid van een ster en de factor k de fase van de maan. Voor de telescoop van de spreker geldt dat onder gunstige omstandigheden een sterbedekking gemeten kan worden als bij benadering geld: (7k)2 + m2 < 50.

      Bij rakende bedekkingen kan informatie worden verkregen over de maanrand en bij bedekkingen door planetoïden is de vorm van het brokstuk te bepalen. Deze disciplines worden in georganiseerde groepen uitgevoerd. De waarnemingen worden bijgeschreven in een dagboek en gerapporteerd aan de “Dutch Occultation Association” (DOA). Later volgt centrale verwerking in Japan. Zie tevens: de Sterrengids (aankondigingen), www.doa-site.nl/