Kijkeensomhoog 2007



  • 17-26 december 2007:
      Ursiden

      Van 17 tot 26 december 2007 waren de Ursiden actief. De veroorzakende stofdeeltjes zijn afkomstig van de nu ook bijna zichtbare komeet 8P/Tuttle. Mogelijk zouden er daarom onverwachte oplevingen kunnen voorkomen van de meteorenzwerm. Reden om te gaan waarnemen. De resultaten staan in onderstaande grafiek. Op de verticale as staan de door Peter Knol te Appingedam gemeten uuraantallen radioreflecties van 0 t/m 120. Horizontaal zijn de dagen uitgezet van 19 t/m 23 december 2007.



      Het maximum van de Ursiden werd verwacht op 23 december rond 02.00 MET. De pieken stegen duidelijk uit boven de normale sporadische uuraantallen. Op 20 december was er ook een iets verhoogde activiteit merkbaar. Weer dient te worden opgemerkt dat de grafiek niet gecorrigeerd is voor de onvermijdelijke effecten dat er lagere aantallen worden geteld bij een lagere stand van de radiant boven de horizon, als de radiant in de buurt van het zenit staan en als de radiant het loodrechte vlak doorkruist door de zender en de ontvanger. Duidelijk zijn deze effecten terug te vinden, vooral in het deel van de grafiek op 22 en 23 december. In de late avond van 22 december viel er een dip omdat de radiant het loodrechte vlak door zender en ontvanger doorkruiste. De piek viel in de ochtend omdat de radiant op maximale hoogte boven de horizon kwam. Daarna werd het loodrechte vlak nogmaals doorkruist en kwam de radiant in de buurt van het zenit. Nog twee dipjes waren het gevolg. Een echte opvallende uitbarsting van de Ursiden was deze maal niet aan de orde. Ook Peter Knol "luisterde" naar RAI-Uno in Noordoost ItaliŰ op de frequentie van 53739525 Hz (53,739 MHz). De antenne was een 10 Mhz band dipool. Technisch gezien ongeschikt voor ontvangst op 53 Mhz, maar desondanks kwamen de signalen van de radiometeoren toch goed binnen.

      Peter Knol

  • 23 december 2007:
      Vuurbol

      In de nacht van zaterdag 22 op zondag 23 december reed Alex de Waal in zuidelijke richting over de A1 van Amsterdam naar Amersfoort en zag om 01.11 uur plotseling schuin rechts ter hoogte van en boven Naarden een enorm groot oranje object met een donkere kern in een luttele seconde van rechts naar links op 50║ hoogte voorbij schieten in een lichte duik. Dit zag er heel anders uit dan de gewone vallende sterren. Zou dit een vuurbol geweest kunnen zijn en zijn hiervan misschien meer meldingen binnen gekomen?

  • 14-15 december 2007:
      Geminiden

      Vanaf de locatie Lutjewad bij Hornhuizen gelukte het Klaas Bus om in de nacht van 14 op 15 december 2007 de meteoren van de Geminidenzwerm automatisch te detecteren door de reflecties op te vangen van een Italiaanse zender (RAI-Uno) op een frequentie van 53,739 MHz in de USB-modus. De ontvanger ICOM icR8500 kreeg de golven doorgespeeld via een 5-elements Yagi-antenne, gericht op een punt op 100 km hoogte halverwege de zender en de ontvanger. Uit de onderstaande grafiek blijkt dat op 14 december 2007 om 17.00 MET met de metingen is begonnen. Op ieder volgend uur staan de aantallen reflecties die gedurende het voorafgaande uur werden geteld. Inclusief de sporadische!



      De Geminiden waren actief tussen 7 en 17 december met een maximum op 14 december rond 18.00 MET, ongeveer het tijdstip dat de radiant boven de horizon kwam. In eerste instantie steeg het aantal meteoren per uur met het toenemen van de hoogte van de radiant boven de horizon, maar toch enigszins beperkt omdat het maximum toen al voorbij was. Tegen 02.00 MET daalden de aantallen vanwege het feit dat de radiant in de buurt van het zenit kwam. Ongeveer om 02.30 MET daalde het gemeten uuraantal om de technische reden dat de radiant zich bevond in het loodrechte vlak door de zender en de ontvanger. Bovendien nam het uuraantal af omdat het maximum al was gepasseerd. Om 11.00 MET 's morgens was het ook voor de radiowaarnemers voorbij. De radiant kwam weer onder de horizon. Er werden verschillende heldere meteoren geregistreerd, vaak met langdurig nalichtende sporen.

      Klaas Bus

  • 15 december 2007:
      Komeet 73P/Holmes

      Door de bewolking in onze omgeving zijn er geen visuele waarnemingen van de meteorenzwerm Geminiden gemeld. Wel kwam er een vuurbolmelding van Rob Stammes (Lofoten) op de avond van 15 december en een registratie van Klaas Bus (Lutje Wad, Hornhuizen) van een mooi lang radioreflectiespoor op 14 december om 22.50 MET. Hierover meer in het volgende nummer van De Vangspiegel.

  • 6 t/m 17 december 2007:
      Zonnevlekken, coronale gaten en poollicht

      Van 6 t/m 17 december werd er een groepje zonnevlekken waargenomen door Wim Zanstra. De waargenomen vlekken vlak bij de equator en op het zuidelijk halfrond van de zon behoorden nog tot de "oude" cyclus (23) en veroorzaakten geen magnetische storingen in de buurt van de aarde.

      Wel passeerden regelmatig coronale gaten de meridiaan van de zon. De snelle zonnewind die daaruit ontsnapte veroorzaakte o.m. poollicht op hoge breedte. Rob Stammes op de Lofoten maakte daar melding van op 11 en 17 december.

  • 7 december 2007:
      Komeet 73P/Holmes

      Op 3 december 2007 begon de coma van komeet 17P/Holmes er een beetje anders uit te zien in de verrekijker van Wim Zanstra. Er tekende zich een richting af die overeenkwam met de richting naar de zon. De coma leek scherper begrensd aan de zijde die naar de zon toe was gericht en hariger aan de tegenover liggende kant. Het meer gecondenseerde heldere gedeelte in de coma werd lang gerekt. De totale helderheid bedroeg nog steeds 4,0 magnitudes en de diameter van de coma was ruim anderhalf maal zo groot als de diameter van de volle maan of de zon. Doordat de komeet zich van de aarde verwijderde keken we er steeds een beetje anders tegenaan en werd de aanzet van de staart zichtbaar. De staart was trouwens niet te zien, omdat deze van de aarde af was gericht en zich achter de coma bevond. Gedurende de eerste helft van de maand december kon komeet Holmes 6 maal worden waargenomen. De helderheid nam geleidelijk af tot 4,5 magnitudes, de condensatie verdween bijna helemaal uit de coma, maar de vlek werd groter dan een graad. Onder gunstige, goed heldere omstandigheden kon de komeet met het blote oog nog worden gezien, zeker door perifeer waar te nemen.

  • 24 november 2007:
      Zonnevlekken, coronale gaten en poollicht

      Op 6, 16 en 24 november werd er een groepje zonnevlekken waargenomen door Wim Zanstra De rest van de tijd was de zon helemaal blank. De waargenomen vlekken behoorden nog tot de "oude" cyclus (23), omdat zij dichtbij de equator van de zon verschenen en de magnetische veldrichting nog niet was omgekeerd. Wel passeren regelmatig coronale gaten de meridiaan van de zon. De zonnewind die daaruit ontsnapt heeft een dermate hoge snelheid (tot 700 km/s) dat deze poollicht kan veroorzaken op hoge breedtes. Rob en Threes Stammes op de Lofoten hebben dat geweten in de zeer lange nachten rond 11 november. Zie de daarvoor geijkte websites in de melding van 24 oktober.

  • 23 november 2007:
      Sterbedekking 2

      Onder goede omstandigheden kon Wim Zanstra te Appingedam, op 23 november 2007, om 16:46 UTc de bedekking waarnemen van de ster e Ari (Stier) door de maan. Het tijdstip van de bedekking aan de donkere rand van de bijna volle maan werd op 0,1 seconde nauwkeurig bepaald.

  • 24 oktober 2007:
      Komeet 17P/Holmes

      Op 24 oktober 2007 onderging komeet 17P/Holmes (zie ook pag. 9 en 10) een enorme uitbarsting ondergaan waardoor hij ineens zelfs met het blote oog zichtbaar werd, tenminste bij onbewolkte hemel. Pas op 30 oktober was de bewolking opgetrokken en kon de komeet ook vanuit Appingedam door Wim Zanstra worden waargenomen. Ook Klaas Bus, Marga Heeres, Eppo Ottes en Ruth Favarger waren er getuige van. De komeet stond bijna in het zenit, vlak bij de hoofdster Mirfak van het sterrenbeeld Perseus. De helderheid werd in de verrekijker geschat op 2,1m en de diameter van de redelijk gecondenseerde coma benaderde die van de maan. Een staart was niet te zien. In de 15 cm Newton telescoop zag de komeet er veel kleiner uit, omdat wegens de sterkere vergroting de lichtsterkte terugliep. In de loop van de tijd werd de komeet tot en met 29 november 2007 in totaal 21 maal waargenomen en passeerde hij a Per op 18 november op korte afstand. Werner Krijgsveld te Delfzijl was in de gelukkige omstandigheid om daar een mooi opname van de maken.


      17P/Holmes, Belichtingstijd = 30sec., Apparatuur = 80mm semi-apochromaat / digitale spiegelreflex camera


      De komeet werd de afgelopen maand minder helder. Op 29 november werd door Wim Zanstra een magnitude van 4,0 gemeten. De comadiameter nam echter sterk toe tot zo'n 1,5 maal de diameter van de maan. De condensatie werd langgerekt. Op 17 november was de komeet nog met het blote oog te zien (perifeer). Daarna kwam hij te dicht bij a Per en begon de maan aanzienlijk te storen. Op 29 november was de komeet weer (perifeer) met het blote oog te zien. Een zoekkaartje staat in De Vangspiegel. Zie ook: www.spaceweather.com, www.kometen.nl, en verder bijvoorbeeld http://ssd.jpl.nasa.gov/ en www.aerith.net.

  • 22 oktober 2007:
      Komeet C/2007 F1 Loneos en Tauride

      Deze komeet is genoemd naar de sterrenwacht waar hij op 19 maart van dit jaar ontdekt is: Lowell Observatory Near-Earth Object Search. De komeet zou vlak na zonsondergang aan de avondhemel laag bij de horizon te vinden zijn, maar bleek op 22 oktober 2007 toch te zwak voor de verrekijker van Wim Zanstra te Appingedam. Op www.kometen.nl is meer informatie te vinden. Wel schoot er om 19.39 MEZT een zeer heldere Tauride (-4m) langs de noordoostelijke hemel.

  • 22 oktober 2007:
      Sterbedekking 1

      Onder redelijke omstandigheden kon Wim Zanstra te Appingedam, eveneens op 22 oktober 2007, om 18:48 UTc de bedekking waarnemen van de ster ? Aqr (Waterman) door de maan. Het tijdstip van de bedekking aan de donkere maanrand werd op 0,1 seconde nauwkeurig bepaald.

  • 20 oktober 2007:
      Poollicht

      Hierbij een foto van Rob Stammes (Lofoten) van poollicht op 20 oktober 2007. Het sterrenbeeld Voerman en een deel van Perseus zijn te zien. Ook het gebied waar komeet 17P/Holmes verscheen op 24 oktober, boven aan de rand van de foto tussen de Voerman en Perseus. De komeet is dan nog van de 17de grootte en niet te zien.


  • 14 oktober 2007:
      Orionide ?

      Op 14 oktober 2007 rond 21.30 MEZT zag Wim Zanstra te Appingedam een heldere meteoor (-2m) met een lang wit nalichtend spoor door Perseus vliegen. Het zou een Orionide geweest kunnen zijn.

  • 7 oktober 2007:
      (Rakende) sterbedekking

      Onder perfecte omstandigheden heeft Wim Zanstra te Appingedam in de vroege ochtend van 7 oktober 2007 een kleine bijdrage kunnen leveren aan de waarnemingen van een rakende bedekking van de ster Regulus (Leeuw) door de maan. Vanuit o.m. het zuidoosten van Drenthe gezien raakte de ster de rand van de maan en kon een deel van het maanprofiel worden bepaald, maar vanuit Appingedam scheerde Regulus rond 07.43 MEZT in de ochtendschemering op een afstand van 15 boogseconden langs de maanrand. Regulus was niet met het blote oog te zien. Er werden geen bedekkingstijdstippen bepaald.

  • 26 september 2007:
      Een bijzondere regenboog

      In echt koufrontweer met een noordwestelijke stroming en buien afgewisseld met zonneschijn waren er op 26 september 2007 in de provincie Groningen zeer veel regenbogen te zien. EÚn daarvan werd vanuit de omgeving van Valom rond 18.50 uur waargenomen door Ruth Favarger ,Wim Zanstra en hun Amerikaanse gasten Marijke en Mike. Het was niet alleen een felle dubbele regenboog met middelpunt op de lijn door de zon en het oog van de waarnemer, maar daarboven was nog een deel te zien van een tweede dubbele regenboog met een hoger gelegen middelpunt. Deze kon ontstaan doordat het licht van de zon eerst werd gespiegeld in het rustige water van de Waddenzee en daarna in de regenbui de tweede dubbele boog veroorzaakte.




  • 6 september 2007:
      Poollicht boven de Lofoten

      In de nacht van 6 op 7 september 2007 meldt Rob Stammes een prachtig poollicht boven zijn nieuwe woonplaats op de Lofoten. Het verschijnsel was tot in het zenit (de kroon) te zien. De oorzaak lag in een versnelde en onrustige zonnewind ten gevolge van de passage van een coronaal gat over de meridiaan van de zon. Het poollicht begon statisch met groene kleuren en werd later ook rood en wit. Later werd het verschijnsel onrustig en pulserend in een ritme van seconden.

  • 1 mei t/m 1 september 2007:
      Zonnevlekken

      Het is duidelijk te merken dat de zon zich in het minimum bevindt van de activiteit van de vlekken. In de periode 1 mei tot 1 september heeft Wim Zijlema te Kolham op 51 dagen deze vlekkenactiviteit kunnen bepalen. Op 12 dagen waren er totaal geen zonnevlekken te zien. Gemiddeld waren er in die periode 7 vlekken per dag. In onderstaande grafiek zijn alleen de dagen weergegeven waarop de tellingen zijn verricht. Uitgezet zijn de aantallen zonnevlekken.


  • 29 augustus 2007:
      Regenboog bij maanlicht

      Op woensdag 29 augustus 2007 tegen middernacht ziet Rob Stammes (Lofoten) een mooie regenboog tegenover de nog bijna volle maan. In de witte boog waren geen kleuren te zien, zoals in een regenboog overdag, vermoedelijk omdat men in het donker meer waarneemt met de staafjes van het netvlies als met de kleurgevoelige kegeltjes.

  • 10 t/m 16 augustus 2007:
      Perse´den

      Door Peter Knol te Appingedam is een grafiek gemaakt van de aantallen radio-reflecties van de Perse´den meteorenzwerm van 10 t/m 16 augustus 2007. Hij gebruikte daarvoor de Italiaanse tv-zender van RAI UNO (53,73955 MHz) en telde per uur de reflecties die langer duurden dan 30 seconden. (Zie figuur). De horizontale lijnen geven aantallen aan van 4 reflecties per uur.



      Duidelijk is de grootste activiteit te zien op 12 en 13 augustus, geheel volgens de verwachting. Het dagelijks terugkerende patroon is een gevolg van het feit dat het onder bepaalde omstandigheden moeilijker gaat om radioreflecties te ontvangen. Dat is het geval als de radiant in de buurt van het zenit staat en in het loodrechte vlak door de zender en de ontvanger.

  • 16 juli 2007:
      Wichelroede bij onweer

      Op 16 juli 2007 probeerde Wim Zanstra de wichelroede uit tijdens een onweersbui. Reacties werden verkregen iets na de ontladingen tussen de wolken en de aarde en geen reacties kwamen na ontladingen tussen de wolken onderling. Het zijn vermoedelijk de stromen door het aardoppervlak na de inslag waar het lichaam op reageert. Op het moment dat de telefoon ging gaf de wichelroede dat ook aan.

  • 19 / 20 juni 2007:
      Lichtende nachtwolken

      In de nacht van 19 op 20 juni 2007 rond 02.00 MEZT zag Wim Zanstra te Appingedam in de richting NNW tot NNO tot 10 graden boven de horizon het verschijnsel van de lichtende nachtwolken. Deze keer met weinig structuur en kleur.

  • 23 mei 2007:
      Sterbedekking overdag

      Op 23 mei 2007 is het Wim Zanstra te Appingedam gelukt om midden overdag een bedekking waar te nemen van de ster Regulus door de maan. De intrede was om 17:02:29 MEZT en de uittrede om 17:44:56 MEZT. Hier werd een 20 cm Schmidt-Cassegrain telescoop bij gebruikt die met de hand werd bediend. Eenmaal in het vizier bleef de ster redelijk goed zichtbaar.

  • 22 mei 2007:
      Saturnus overdag door maan bedekt

      Voor het eerst is door Wim Zijlema te Kolham een bedekking van een planeet door de maan waargenomen en ook nog bijna gemist. Hij was het helemaal vergeten en doordat hij toevallig op spaceweather.com keek werd hij erop geattendeerd. De bedekking was toen al begonnen. Snel werd een telescoop (9 cm F/11 Vixen achromaat) buiten opgesteld en begon het wachten op de wederverschijning van Saturnus aan de verlichte maanrand in de buurt van het Mare Crisium. Het was een schitterend gezicht toen de ringen tevoorschijn kwamen, bijna haaks op de maan, terwijl de rest van de planeet zich nog achter de maan bevond. Saturnus is veel minder helder dan de maan waardoor het fotograferen moeilijk wordt. Tegenwoordig met een webcam of digitale camera is het eenvoudiger en de eerste opnamen waren al gauw te zien op astroforum.com. Het was een schitterend beeld toen Saturnus zich van de maan verwijderde. Zelfs bij een vergroting van 167 maal.

      In Appingedam kon Wim Zanstra het duo maan-Saturnus al om 20.50 MEZT in de 155 mm Newton waarnemen. Het was klaarlichte dag en nog bijna een uur voor zonsondergang. Met het blote oog en door de verrekijker (10x50) was Saturnus niet te zien. Door sluierbewolking werd de intrede rond 21.12 MEZT gemist. Op het moment dat de zon onderging werd Venus met het blote oog zichtbaar. Nadat Saturnus in zijn geheel weer van achter de lichte maanrand tevoorschijn was gekomen werd een tijdstip gemeten van 22:20:50,2 MEZT. Een half uur later is de geringde planeet met het blote oog naast de maan te zien. Ook de heldere sterren Regulus, Castor en Pollux vertonen zich aan het blote oog. In de telescoop blijkt dat Venus nu vanaf de aarde gezien voor de helft verlicht is. De schemering is nog steeds niet voorbij..

  • 23 april 2007:
      Lyriden

      Van de zwerm van de Lyriden kon in de redelijk heldere nacht van 22 op 23 april 2007 maar bitter weinig worden waargenomen. ( Wim Zanstra).

  • 29 maart 2007:
      De nieuwe zonnecyclus

      Op 29 maart 2007 verscheen er een vlekje (AR 10.949) over de oostelijke rand van de zon, op een iets hogere breedte als we de laatste tijd gewend waren. In eerste instantie werd gedacht dat dit misschien het begin zou zijn van de nieuwe 11-jarige zonnevlekken cyclus. Omdat de grens tussen twee periodes niet scherp te bepalen is zou dit gebiedje ook nog kunnen behoren bij de oude cyclus. Het magnetogram van de Big Bear Solar Observatory (BBSO) bracht uitkomst. De magnetische structuur wees uit dat de nieuwe cyclus nog niet begonnen was. (Bericht van Rob Stammes en Wim Zanstra). Overigens kon vanaf begin april nog geen enkele zonnevlek worden geteld, wat er wel op wijst dat het komende minimum erg dicht bij moet zijn.

  • 10 maart 2007:
      Supernova

      In de nacht van 9 op 10 maart 2007 hebben Werner Krijgsveld en Jeffrey Bouts de supernova 2007AF in het sterrenstelsel NGC5584 gezien bij goede seeing en een grensmagnitude van 5,5m. Volgens de gegevens moest de exploderende ster van de 13,7de grootte zijn geweest. De supernova was als een zwak diffuus 'sterretje' te zien bij een vergroting van 170x door een 250 mm spiegeltelescoop met een openingsverhouding van f/4,7 (Newton Skywatcher). Het sterrenstelsel zelf was door de toch nog aanwezige lichtvervuiling niet of amper zichtbaar Deze bijzondere waarneming werd verricht bij het mooie duistere Kollumerpomp aan het Lauwersmeer. Als toetje werden de waarnemers nog getrakteerd op vier sporadische meteoren. Zie ook Jeffrey's omschrijving op de website www.deepskylog.be/deepsky/.

  • 26 januari 2007:
      Sterbedekkingen

      Door Wim Zanstra (Appingedam) te Appingedam zijn de volgende sterbedekkingen gemeten:

      24 jan 2007 ------ Ster XZ 1399 (7,1m) ------ 17h 07m 04,22s UTc
      24 jan 2007 ------ Ster SAO 109623 (6,8m) -- 17h 32m 30,59s UTc
      26 jan 2007 ------ Ster SAO 75673 (4,7m) --- 22h 02m 47,88s UTc

      Op 29 januari en 19 februari mislukten de pogingen om de tijdstippen te meten, waarop de sterretjes acht de maan verdwenen. Het ging daarbij achtereenvolgens om SAO 77625 (5,6m in de Stier) en SAO 146973 (5,8m in de Vissen). Het mislukken kon worden toegeschreven aan opkomende bewolking en hei´gheid.

  • 25 januari 2007:
      Magnetische polariteit zonnevlek verkeerd ?

      Op 25 januari 2007 vond er bij de oostelijke rand van de zon een uitbarsting plaats van r÷ntgenstraling en materiedeeltjes. Tussen 08.00 en 09.00 UTc werd dit op de apparatuur van Rob Stammes (Dirkshorn) merkbaar als radioruis op de FM-band. De uitbarsting in de C-klasse begon om 06.15 UTc. De bijbehorende coronale massa uitbarsting (cme) was op de foto's van de SOHO satelliet te zien. Dit gebeuren ging eveneens gepaard met een toename van de UV-straling, waardoor een lichte vorm van een StaZa ontstond op 25 en 26 januari. De oorzaak moest worden toegeschreven aan het actieve gebied 10.940 dat een halve omloop eerder als AR 10.933 te zien was en op 14 januari over de westelijke rand van de zon verdween. De magnetische polariteit van dit gebied, juist op het zuidelijk halfrond van de zon, leek volgens Wim Zanstra (Appingedam) aanvankelijk de verkeerde richting te hebben. Het gebied was echter nog amper te zien zo dicht bij de rand van de zon. Een vlek van de nieuwe cyclus kon het niet zijn, omdat deze zich op hoge breedtes van de zon manifesteren, terwijl dit gebied zich vlak bij de equator van de zon bevond. De dagen erna konden geen uitsluitsel geven, omdat er geen magnetogrammen beschikbaar waren, maar op het magnetogram van 3 februari was complete gebied midden voor de zon te zien en zag de polariteit er wel "normaal" uit.

  • 25 januari 2007:
      De activiteit van de zon

      De activiteit van de zon loopt langzamerhand en schommelend naar een minimum. Er zijn nog geen signalen geweest voor het begin van de volgende cyclus.



      In de grafiek staan ongeveer drie 11-jarige periodes weergegeven van de activiteit van de zonnevlekken. De gegevens hiervoor zijn afkomstig van het SIDC (Sunspot Index Data Center, tegenwoordig: Solar Influences Data analyses Center) en zijn gerelateerd aan het maandgemiddelde van de som van het aantal vlekken en het tienvoud van het aantal groepen. (R = f + 10.g). Zij lopen parallel aan de waarnemingen van Wim Zanstra te Appingedam. Magnetisch gezien vertoont de activiteit van de zon geen 11-jarige cyclus, maar het dubbele daarvan. Na iedere periode van ongeveer 11 jaar keert immers de richting van de polariteit van de vlekken om tijdens het vlekkenminimum en keert ook de richting van het algehele magneetveld om tijdens de vlekkenmaxima, zodat er gecombineerd een 22-jarige cyclus ontstaat. Daar het zonnevlekken maximum in 1989 hoger was dan in 2000 verwachten sommigen op grond van de 22-jarige cyclus ook een hoog maximum tijdens de komende cyclus. We zullen het afwachten. Uit het verdere verleden blijkt dat dit geen wet van Meden en Perzen hoeft te zijn.

      Duidelijk komt verder uit de grafiek naar voren dat 11 jaar niet persÚ 11 jaar hoeft te zijn. De tijdsduur tussen de maxima van 1980 en 1989 is wel twee jaar korter dan de periode tussen de maxima van 1989 en 2000. Tussen de jaren 1860 en 2000 is gebleken dat er een goede correlatie bestaat tussen de duur van de vlekkencyclus en de gemiddelde landtemperatuur op het noordelijk halfrond. Hoe korter de cyclus, hoe warmer. Rond 1880 was de duur van de zonnevlekkencyclus ruim 11,5 jaar en rond 1980 was dat afgenomen tot 9,5 jaar. Gedurende deze 100 jaar liep de temperatuur op het noordelijk halfrond op met 0,7 graden Celsius, waarbij de temperatuurgrafiek en periodegrafiek vrij nauwkeurig volgt, ook tijdens de afkoeling in de zeventiger jaren. (De Grillige Zon, Nigel Calder, 1997).



  • 4 januari 2007:
      Bo÷tiden 2007 simultaan waargenomen

      Peter Knol(Appingedam) en Klaas Bus (Lutjewad, Hornhuizen) hadden het plan opgevat om de Bo÷tiden van het jaar 2007 simultaan te gaan waarnemen door middel van het tellen van de door hen te ontvangen radioreflecties van een Italiaanse televisiezender (RAI-1) op een frequentie van 53,7395 MHz. Peter begon de metingen al op 28 december 2006 en telde de reflecties die langer duurden dan 30 seconden handmatig met behulp van de spectrogrammen in het programma Spectrum Lab. De uuraantallen werden met 10 vermenigvuldigd. Op 4 januari was er al een kleine opleving in de activiteit. Hoewel de antenne als een oude waslijn tussen de bomen hing, kwamen de reflecties nog wel goed binnen. De ontvanger van Klaas (ICOM IC r8500) was via een 5-elements Yagi antenne afgestemd op dezelfde Italiaanse zender (RAI-1, 53,738 MHz). Op het Lutjewad zat Klaas in een vrijwel storingsvrije omgeving, Het punt waarop de antenne gericht was lag op een hoogte van 100 km halverwege de zender en de ontvanger. Zo konden de reflecties van de daar verschenen meteoren binnen komen, zichtbaar worden gemaakt en eveneens handmatig via Spectrum Lab worden geteld. De telgrens bij Klaas lag bij circa 2 seconden.

      De resultaten van beide waarnemers zijn door middel van twee grafieken in ÚÚn figuur weergegeven. (Zie onder). Op het eerste gezicht zijn er wel overeenkomsten te zien, maar er zijn ook tegenstrijdigheden. Door de telgrens lager te leggen (bij 10 sec) hoopte Peter meer overeenstemming met de resultaten van Klaas te krijgen, maar dat mocht niet zo zijn. De verschillen bleven bestaan. Misschien had de tel-grens bij Peter nog lager gelegd moeten worden. De meeste overeenkomsten in de uuraantallen zijn immers te verwachten bij de hoogste activiteit en dus bij de zwakste en kortste meteoren. De uuraantallen zijn bij een telgrens van 10 seconden wel veel hoger komen te liggen, maar de vormen van de grafiek is amper veranderd. Het is Peter niet gelukt om op deze wijze dichter bij de grafiek van Klaas te komen. Heeft dit met de frequentie te maken?



      In bovenstaande grafiek representeert de dikke lijn de tellingen van Klaas Bus. De dunnere lijn geldt voor de waarnemingen van Peter Knol. Het hoogteverschil is te verklaren uit de verschillende criteria die bij het tellen zijn aangelegd. Het deel van de grafiek tijdens het maximum in de nacht van 3 op 4 januari 2007 is hieronder vergroot weergegeven. De verschillen tussen de meetresultaten van Peter en Klaas zijn daarin duidelijk te zien.



      Opvallend is dat in de grafiek van Peter Knol het moment van het maximum niet samenviel met het voorspelde moment (rond 2 UT 's nachts), maar schijnbaar pas later in de ochtend tegen 11 uur UT optrad. Ook bij Klaas Bus is er op dat moment weer een stijging van de uuraantallen te zien. Dit effect is vergelijkbaar met wat er een dag eerder gebeurde. Dergelijke verschijnselen zijn ook terug te vinden bij anderen op de website http://radio.data.free.fr/main.php3. Bovendien werden er meerdere hoge pieken gemeten: op 3 januari om 13 UT en op 4 januari om 3 UT en om 13 UT. Eigenlijk moeten deze drie pieken als ÚÚn piek worden gezien, de piek van de Bo÷tiden. De reden dat de piek in drieŰn is gesplitst moet gezocht worden in het feit dat de kans dat een Bo÷tide door de antenne wordt opgepikt afhankelijk is van de positie van de radiant van de meteorenzwerm aan de hemel.
      • 1. De kans neemt toe als de hoogte van de radiant boven de horizon toeneemt.
        2. De kans neemt af als de radiant in de buurt van het zenit komt.
        3. De kans neemt af als de radiant door het denkbeeldige loodrechte vlak door de zender en de ontvanger gaat.


    • Op een draaibare sterrenkaart kan gemakkelijk worden nagegaan dat voor de Bo÷tiden op 3 en 4 januari moet gelden dat er een minimale kans is om de reflectie van een Bo÷tide te kunnen registreren via een zender in het zuiden rond 7 UT en 20 UT en dat die kans inderdaad maximaal is rond 3 UT en 13 UT. Door Klaas Bus en Peter Knol zijn in dit geval de ruwe onverwerkte meetresultaten gepresenteerd, waarbij niet is gecorrigeerd voor de sporadische meteoren en voor de kans dat een Bo÷tide Řberhaupt geregistreerd kon worden. In een later stadium zullen deze correcties daadwerkelijk uitgevoerd worden, waarna ook het tijdstip van het echte maximum van de Bo÷tiden is vast te stellen. wtz

  • 2006:
      Het weer in 2006

      De maanden juli en september t/m december waren de warmste van de laatste 300 jaar m.u.v. oktober 2001 en november 1938. Ook het jaar 2006 was het warmste jaar van de laatste 300 jaar.



      Bovenstaande temperatuurmetingen (de linker staafjes) zijn gedaan door H.A. (Henk) Veldman in Ten Post. De rechter staafjes stellen de normale waarden voor. Dankzij het bijhouden van de archieven komt hij tot de uitspraken over de records. De laagste temperatuur van 2006 (-8,8░C) werd gemeten op 18 januari. De hoogste temperatuur (32,8░C) viel op 5 juli. Het aantal vorstdagen bedroeg 58 (normaal 57). Er waren 35 zomerse dagen tegen een normaal aantal van 16. Ook dit is een record geweest. Het zonlicht kon ongehinderd door de atmosfeer dringen gedurende 1500 uren (normaal 1700 uren). Aan de grafiek is duidelijk te zien dat de warmste en koudste periodes van het jaar later vallen dan de momenten van het begin van de astronomische zomer en winter.

  • 2006:
      Neerslag in 2006

      De neerslagwaarnemingen zijn deels gedaan door donateurs van de SWSE en voor de rest door een aantal goedwillende waarnemers die hun cijfers aan de SWSE beschikbaar hebben gesteld. Daarvoor heel hartelijk dank. De maandcijfers zijn afgerond op hele millimeters. Men kan zich afvragen of er in het meetgebied patronen herkenbaar zijn met structureel verschillende hoeveelheden neerslag per jaar. Misschien is er een weeramateur die zich met deze kwestie wil gaan bezighouden. Behalve bij de SWSE zijn er in de provincie zeker veel neerslagcijfers beschikbaar die gebruikt kunnen worden om antwoorden te vinden op de vragen over de hoeveelheden neerslag per jaar en per locatie. Doorgaan met waarnemen is in ieder geval zeer belangrijk. De SWSE blijft ÚÚn van de punten waar de cijfers worden verzameld. Redactie De Vangspiegel.


  • Home