Kijkeensomhoog 2006



  • 14 december 2006:
      Sporadische meteoren en de Geminiden

      Op de locatie Lutjewad bij Hornhuizen is Klaas Bus bezig een waarneempost in te richten voor de ontvangst van radioreflecties via meteoren. De afstand tot de bewoonde wereld is redelijk groot, zodat er van maatschappelijke elektro-magnetische storingen bijna geen sprake is. De post bevindt zich op het terrein van de meetmast van de Rijksuniversiteit Groningen, waarmee een goede band kon worden opgebouwd. Een meteoor of vallende ster is een plasmaspoor in de atmosfeer dat in staat is om zichtbaar licht uit te zenden en golven van radiostraling te reflecteren. In dit geval is de radiostraling (frequentie 53,738 MHz) afkomstig van een Italiaanse televisiezender (RAI-1), die met een constant vermogen gedurende het hele etmaal uitzendt. Via een meteoor en een 5-elements Yagi-antenne wordt de opgevangen straling geleid naar een (usb) ontvanger ICOM IC-r8500. De signalen worden doorgestuurd naar een Pentium-2 computer met geluidskaart en verwerkt met het programma Spectrum Lab.

      In onderstaande grafieken staan de resultaten van de eerste metingen op het Lutjewad. Figuur 1 geeft de afhankelijkheid weer van de uuraantallen sporadische meteoren over het hele etmaal. Als gevolg van het opveegeffect door de aarde zijn deze tijdens de nanacht het hoogst. De tellingen hiervan zijn gedaan in een periode dat er geen meteorenzwerm actief was.


      Fig.1 . Aantal sporadische meteoren per uur, gemeten op 25-11-06 en op 12-12-2006


      Om een goede indruk te krijgen van de uuraantallen meteoren van een bepaalde zwerm dienen de sporadische meteoren van de totale aantallen te worden afgetrokken. Ook moet op het resultaat nog een kansberekening worden losgelaten. Bij onderstaande metingen is dit (nog) niet gebeurd. Het is dus ruw materiaal. Op de dag van het maximum van de Geminiden (14 december 2006, kort voor de middag) werden per uur de totale reflectietijd in seconden bepaald en tellingen verricht van de aantallen reflecties per uur van de zwermleden, gecombineerd met de sporadische achtergrond. De figuren 2 en 3 geven hiervan een beeld.


      Fig. 2. Dead time Geminiden plus sporadische meteoren per uur op 14-12-06



      Fig. 3. Aantal Geminiden plus sporadische meteoren per uur op 14-12-06


      Op het moment dat de radiant tegen 12.00 UT onder de horizon verdwenen was, was de dead time per uur tot nul gereduceerd (fig. 2) en waren de uuraantallen tot het sporadische niveau terug gevallen (fig. 3). Bij maximale dead time liepen logischerwijze ook de uuraantallen terug.

  • 5 december 2006:
      SID, zonnevlek met blote oog en poollicht

      Op 5 december 2006 om 10.35 UT meldt Rob Stammes te Dirkshorn een sudden ionospheric disturbace (sid) op de VLF-ontvanger ten gevolge van een grote uitbarsting (X9,0) op de zon. Ook de bijbehorende magnetische storing en radioruis op de FM werden geregistreerd. Een actief gebied AR 10.930 was over de rand van de zon gekomen. Een StaZa werd hierbij niet gemeten. Van 9 t/m 12 december 2006 kon de bij het actieve gebied horende zonnevlek door Wim Zanstra te Appingedam met het blote oog worden waargenomen. (lasglas nr. 13). Ten gevolge van een andere uitbarsting op de zon op 13 december om 02.14 UT ontstond in de nacht van 14 op 15 december 2006 poollicht. In Dirkshorn werd dit door de apparatuur van Rob Stammes als poollichtreflectie geregistreerd, terwijl Rob zelf op de Lofoten in de sneeuw kon genieten van een prachtig schouwspel aan de heldere hemel. In Nederland was het helaas zwaar bewolkt.

  • 26 november 2006:
      Sterbedekking

      Op 26 november 2006 bepaalde Wim Zanstra te Appingedam het tijdstip waarop de nog smalle maansikkel de ster XZ 29356 (6,3m) bedekte, 17h 00m 22,15s MET. De waarneming gebeurde nog in de schemering met een 8" Schmidt-Cassegrain telescoop. Doordat het langzaam donker werd, werd het sterretje geleidelijk zichtbaar. De donkere rand van de maan kwam niet tevoorschijn.

  • 26 november 2006:
      Een heldere meteoor.

      Op zondagavond 26 november 2006 tussen 18.45 uur en 19.00 uur (MET) werd door een medewerker van de Rijksuniversiteit Groningen (bij ons bekend) een heldere witte meteoor waargenomen die in zuidelijke richting vloog. De waarnemer reed in zijn auto van Groningen naar Assen (A28). Hij zag de meteoor van hoog aan de hemel naar "omlaag" vliegen. Het was zeer helder weer, windstil en bij een temperatuur van ongeveer 11 graden Celsius.
      Het bijzondere was dat om 18h 48m 30s MET door Klaas Bus een radioreflectie van een meteoor werd ontvangen die zeker 2,5 minuut heeft geduurd. Klaas "luisterde" vanuit zijn waarneempost Lutjewad bij Hornhuizen (provincie Groningen) naar een zender in Italië. Zie onderstaande figuur.

      Ook Rob Stammes (Dirkshorn in Noord-Holland) bevestigde een sterke radioreflectie van een meteoor op dezelfde tijd, terwijl zijn ontvanger ook was afgesteld op dezelfde zender. De melding doorgestuurd naar de vuurbol-yahoogroup en is vervolgens voor iedereen te lezen is op http://tech.groups.yahoo.com/group/vuurbol/.


  • 25 november 2006:
      STAZA

      Ten gevolge van het op 25 november 2006 over de rand komen van actief gebied AR 10.926 op de zon samen met een grote hoeveelheid UV-straling was er sprake van een typische StaZa. Een geomagnetische storing door de plotselinge toename van de intensiteit van de ultraviolette straling in de richting van de aarde. Extra ionisaties en stromingen in de ionosfeer hebben hiermee te maken. Rond 15.30 UT en vanaf 19.00 UT waren de magnetische variaties te zien op de magnetometer van Rob Stammes te Dirkshorn. Ook de magnetometers van Kiruna en Wingst konden het kenmerkende patroon van een StaZa bevestigen: een zwakkere verstoring in de middag, gevolgd door een sterke verstoring gedurende de nacht. Verder waren er geen verschijnselen die effect op het geomagnetische veld konden hebben.

  • 19 november 2006:
      Leoniden.

      In de nanacht van 19 november 2006 deed Klaas Bus (Lutjewad) een poging om d.m.v. de ontvangst van gereflecteerde radiogolven (in de 50 MHz) van een zender in Estland het maximum van de Leoniden-zwerm waar te nemen. De nieuwe ontvangstapparatuur werkte perfect. Er was veel activiteit te merken. Helaas konden door een stroomstoring de resultaten niet op de harde schijf geschreven worden. In een opklaring tussen 05.00 en 05.15 MET zag Klaas visueel 3 zeer heldere Leoniden en 1 zwakke.

  • 9 november 2006:
      Sterbedekking.

      Op 9 november 2006 registreerde Wim Zanstra (Appingedam) de wederverschij-ning van achter de maanrand van de ster SAO 79141 (47 Gem) met helderheid 5,8. Het geregistreerde tijdstip was 23h 59m 06,55s UTc.

  • 9 november 2006:
      Regenbogen.

      Op 9 november 2006 om 11.20 uur ziet Adel Hamzaoui vanuit zijn auto, rijdend tussen Lunteren en Barneveld een volledige mooie heldere regenboog met beide benen op de grond staan. Zo nu en dan zijn ook delen van de bijregenboog te zien. Het was buiïg weer bij een noordwesten wind.

      Dezelfde dag om 12.00 uur, fietsend over de Westersingel in Appingedam, werd door Ane Glas een volledige dubbele regenboog waargenomen. Natuurlijk pal in het noorden. De boog werd later enkelvoudig tegen een helderblauwe lucht.

  • 9 november 2006:
      STAZA's.

      Op 28 oktober 2006 vanaf 20.00 UT duidde een sterker wordende magnetische onrust op een StaZa ten gevolge van het over de oostelijke rand komen van een sterk UV-gebied op de zon. De onrust duurde tot de volgende dag 03.00 UT. Na een piekje rond 15.00 UT nam de magnetische onrust vanaf 20.00 UT een tweede maal toe, wat op een tweede StaZa duidde die hoorde bij een tweede UV-gebied dat over de rand komt.

      Vanaf 31 oktober en 1 november waren in beide UV-gebieden in de telescoop van Wim Zanstra (Appingedam) de vlekken te zien die als 921 en 922 werden genummerd. Reeds op 5 november 2006 kondigde zich d.m.v. Röntgen-flares de komst van een nieuw actief gebied aan dat over de rand moest komen. Op 7 november ontaardde dit in een explosie van radiogolven. (De grote stroomstoring van die dag had een andere oorzaak).

      Op 9 november werd de nieuwe vlekkengroep 923 in de kijker zichtbaar en was een zeer duidelijke StaZa te merken van 21.00 UT tot de volgende dag 03.00 UT. Helaas was de apparatuur van Rob Stammes niet in werking en kon hij deze StaZa's niet bevestigen.

  • 9 november 2006:
      Komeet C/2006 M4 (Swan).

      Gedurende de afgelopen maand heeft Wim Zanstra (Appingedam) nog een viertal schattingen kunnen doen aan komeet SWAN. Daarbij verplaatste de komeet zich van de sterrenbeelden Corona Borealis naar Hercules. De helderheid was 6,0 op 23 oktober 2006. Zes dagen later was deze plotseling toegenomen tot 5,6 (helderder dan M13). Daarna weer geleidelijke afname tot 5,9 op 3 november en 6,2 op 9 november (zwakker dan M13). De komeet verdween daarna in de melkweg en was met de 10x50 binoculair niet meer waar te nemen. De waarnemingen zijn opgestuurd naar de Nederlandse Kometen Vereniging (www.kometen.nl).

  • 19 oktober 2006:
      Oranje vuurbol.

      Op donderdag 19 oktober rond 22:45 MEZT zag Peter van der Laan (Groningen) een oranje vuurbol vanuit noordoostelijke richting komen, vrij hoog aan de hemel. Hij vloog naar het zuidwesten en deelde zich in het zenit in twee stukken die als een soort kurkentrekker om elkaar heen leken te draaien. De snelheid was in het begin van de baan zeer hoog en nam voortdurend af. De melding is doorgestuurd naar de Werkgroep Meteoren en http://tech.groups.yahoo.com/group/vuurbol/.


  • 16 oktober 2006:
      Komeet C/2006 M4 Swan.

      Na een aantal pogingen om de komeet op te sporen aan de westelijke avondhemel op 7 en 8 oktober 2006 lukte het Wim Zanstra te Appingedam de staartster voor het eerst met een 10x50 binoculair waar te nemen op 11 oktober rond 21.15 MEZT op een donkere plek bij Garreweer. Door de vele slierten cirrusbewolking was er geen goede gelegenheid om een nauwkeurige helderheidschatting te verrichten. Ruwweg moet hij van de 6,5de tot 7de grootte zijn geweest. De komeet, alleen in perifere waarneming te zien op zo'n 10 graden boven de horizon, zag eruit als een klein wazig vlekje in het sterrenbeeld Jachthonden. In het oosten kwam een rode maan op, bijna in het Laatste Kwartier.

      Dankzij de gunstige weersomstandigheden kon uiteindelijk toch vanuit Appingedam een goede meting worden gedaan om 20.15 MEZT op 16 oktober 2006. De gebruikte kijker was weer de 10x50 binoculair. De helderheid van de komeet bedroeg 6,4 magnitude, de condensatiegraad was 3 en de diameter van de coma werd geschat op 16 boogminuten. De komeet stond op 30 graden boven de horizon, nu vlak bij de ster ? (Haris) in sterrenbeeld Boötes (Ossenhoeder). Het was kraakhelder bij windstil weer en 13 graden Celsius. De Melkweg was in het Zenit te zien. De komeet kon duidelijk direct worden waargenomen.

  • 13 oktober 2006:
      Magnetische onrust (2x).

      Rond 11.00 MEZT op 30 september 2006 meet Rob Stammes te Dirkshorn een behoorlijke magnetische onrust als gevolg van de meridiaan passage van een coronaal gat op de zon. De nacht daarop neemt de onrust toe en liggen de variaties van de magnetometers te Kiruna tussen -1000 en +500 nT (nanoTesla). Op 13 oktober om circa 21.45 MEZT kwam er weer een melding uit Dirkshorn van sterke magnetische storingen (Kp=5). De Noorse magnetometers gaven ook veel onrust aan ter hoogte van de Lofoten. In het tussenliggende gebied was het minder onrustig. De oorzaak moet worden gezocht in een versnelling van de zonnewind die op 12 oktober begon en een aantal dagen later een maximum bereikte. Maar, hoewel hier sprake was een typisch patroon dat door de meridiaan passage van een coronaal gat teweeg wordt gebracht, was er al lang geen voldoend groot coronaal gat meer op lagere breedtes voor de zonneschijf verschenen. Ook zijn er sinds 9 oktober door Wim Zanstra geen vlekken meer op de zon waargenomen. De enige verklaring voor de versnelde zonnewind zouden kleinere coronale gaten kunnen zijn die niet als zodanig worden vermeld. Eventueel zou een groot coronaal gat bij de noordpool van de zon ook een vinger in de pap gehad kunnen hebben.

  • 29 september 2006:
      Haloverschijnsel.

      Op 29 september 2006 rond 18.15 MEZT konden Adel en Lina Hamzaoui te Barneveld genieten van haloverschijnselen rond de zon. Links en rechts van de zon waren delen te zien van de 22 graden kleine kring met de linker bijzon. De hoogte van de zon boven de horizon bedroeg ongeveer 20 graden.

  • 23 september 2006:
      Twee zonnen.

      Op zaterdagavond 23 september 2006 zagen Bertus Bolken en echtgenote uit Appingedam vanuit hun auto rijdend van Amersfoort naar Soest rond 19.00 MEZT twee zonnen vlak boven elkaar aan de hemel staan. Hier moet sprake zijn geweest van een reflectie in een laag sluierbewolking.

  • 21 september 2006:
      Twee vuurbollen op één dag.

      Op 21 september 2006 om 19.36 MEZT ziet Ruth Favarger vanuit het raam van haar woonkamer te Appingedam een heldere meteoor (m = -5) op een hoogte van circa 15 graden van links naar rechts door het NNW vliegen, iets dalend. De kleur was helder groen. Het korte (2 graden) nalichtende spoor was roodbruin. Het was nog licht en kraakhelder bij een temperatuur van 21 ºC. De zon was nog niet onder.

      Op dezelfde avond enkele uren later (22.20 MEZT) zag Werner Krijgsveld te Meedhuizen een andere vuurbol met geschatte helderheid van eveneens m = -5. Deze vuurbol was traag en had ook een heldere groene kleur. Hij werd opgemerkt in het sterrenbeeld Pegasus en was te zien tot in Hercules. Beide meldingen werden doorgegeven aan de Werkgroep Meteoren van de KNVWS. Er hebben zich meerdere getuigen gemeld. Zie ook de websites werkgroep meteoren en tech.groups.yahoo.com/group/vuurbol/ . Wie heeft ze ook gezien?

  • 19 augustus 2006:
      Poollicht en lichtende nachtwolken.

      In de korte nachten op 19 en 27 augustus 2006 heeft Rob Stammes op de Lofoten poollicht kunnen waarnemen. Na middernacht op 20 augustus verschenen er mooie lichtende nachtwolken. De vraag is of er tussen beide verschijnselen een verband bestaat. Het poollicht van 19 augustus werd veroorzaakt door de impact van een coronale massa uitbarsting. Het poollicht van 27 augustus ontstond door de hoge snelheid van de zonnewind ten gevolge van de meridiaanpassage van een coronaal gat. Vreemd was dat het na het poollicht op 27 augustus nog lange tijd magnetisch zeer onrustig is geweest zonder dat er poollicht ontstond. Vermoedelijk door een ongunstig gericht interplanetair magnetisch veld (Bz).

  • 17 augustus 2006:
      De zon aktief

      Hallo allemaal,

      Op dit moment zit een groot aktief gebied op de zon! Voor meer info: zie mijn website onder de knop Aktueel.

      Met vriendelijke groet,

      Wim Zijlema

  • 14 augustus 2006:
      Perseïden

      Ondanks dat het weer eerst niet mee leek te gaan werken heb ik toch besloten rond het maximum van de Perseïden te gaan waarnemen. Dit gebeurde vanuit mijn achtertuin. Met behulp van een 'visueel waarnemingsformulier' en wat voorbereidingen ben ik gekomen tot 15 Perseïden en één alpha Capricornide. De effectieve waarneemtijd bedroeg één uur (van 01:05 tot 02:05 uur MEZT) en het waarneemgebied lag rondom de zomerdriehoek. De grensmagnitude werd geschat op m=4,5. Indeling van de waargenomen meteorieten was als volgt:

      • m=+1 ----- 3 stuks
      • m=+2 ----- 6 stuks
      • m=+3 ----- 7 stuks (waarvan één alp.Cap.)


      Eerste kwartier van de waarneming was vrijwel de gehele hemel bewolkt behalve de zenit maar dat verdween nadien al snel. De maan die voor 87% vol was en de vochtige lucht zorgden voor zeer matige waarneemomstandigheden.

      - Werner Krijgsveld -
      Meedhuizen

  • 12 augustus 2006:
      Perseïden

      Volgens de radiowaarnemingen van Peter Knol te Appingedam is de piek van de Perseïden dit jaar behoorlijk breed maar niet hoog. De uuraantallen tijdens de piek liggen drie maal hoger dan de normale gemiddelden. Helaas ontbreken van de 13e augustus interessante data. Opvallend is de dubbele piek op 12 augustus die zowel bij de handmatige (onderste grafiek) als bij de automatische (bovenste grafiek) tellingen duidelijk zichtbaar is. Deze wordt met grote waarschijnlijkheid veroorzaakt door het feit dat de radiant in de buurt van het zenit komt en/of in het loodrechte vlak door de zender en de ontvanger. Om pure geometrische redenen kunnen dan veel minder reflecties van meteoren worden ontvangen. Frappant is de sterke overeenkomst in de beide grafieken. De automatische tellingen zijn gedaan met M_Analyzer. Deze software telt ook de kortdurende reflecties. Bij het handmatig tellen werd gebruik gemaakt van Spectrum Lab, waarmee audio spectrogrammen gegenereerd werden.



      De ontvanger stond afgestemd in USB op de 49,750 MHz van de tv-zender ORF-1 in Oostenrijk. Als antenne werd gebruik gemaakt van een duo-dipool die is afgestemd op de 10 en 14 MHz amateurbanden. Eigenlijk is deze antenne in het geheel niet in resonantie voor de gebruikte frequentie. Desondanks kwam ORF-1 dusdanig sterk binnen dat de ontvanger gedempt moest worden, zodat alleen de sterkste reflecties zichtbaar c.q. hoorbaar bleven. Helaas gooide de sporadische E roet in het eten. Normaal is de video draaggolf alleen even hoorbaar tijdens een reflectie van een meteoor. Onder deze omstandigheden echter wordt de video draaggolf van de zender continu hoorbaar, waardoor de afzonderlijke reflecties aan de meteoren overstemd worden. Het resultaat is dat er gaten in de grafiek zijn ontstaan op 9, 11, 13 en 15 augustus.


  • 6 juli 2006:
      De zon aktief

      Ondanks het feit dat de vlekkenactiviteit van de zon niet ver meer verwijderd is van haar minimale waarde kunnen er toch nog wel opvallende gebeurtenissen plaatsvinden, soms bijna tegelijkertijd.

      Zo was er sinds 4 juli 2006 sprake van een versnelling van de zonnewind van 300 tot 700 km/s ten gevolge van de meridiaanpassage van een coronaal gat. Dit verschijnsel begint gewoonlijk met een opstuwing van de (geladen) deeltjes met een magnetisch effect waardoor het magnetische veld van de aarde wordt afgezwakt. De daardoor in de atmosfeer binnendringende geladen deeltjes veroorzaakten lichte geomagnetische verstoringen op 4 juli.

      Verder kon het gebeuren dat de umbra van een grote vlek (AR898) zich op 5 juli 2006 compleet had gesplitst. (Melding van Wim Zanstra te Appingedam). Volgens de gegevens op het internet ging dit gepaard met schokgolven in de atmosfeer van de zon en uitbarstingen van radiostraling. Door de aanwezigheid van sporadische E, ook veroorzaakt door de zon, heeft Rob Stammes te Dirkshorn van dit laatste verschijnsel niets kunnen merken.

      Ook kwam er die dag een actief gebied van zonnevlekken (AR899) over de rand van de zon. Uit nader onderzoek konden Rob Stammes en Wim Zanstra vaststellen dat de daarbij optredende toename van de UV-straling een duidelijke StaZa veroorzaakte die op de magnetogrammen zichtbaar werd in de middag van 4 juli en de beide nachten daarna. Het kenmerkende StaZa-patroon werd amper verstoord door de overige beschreven invloeden.

      In de ochtend van 6 juli 2006, omstreeks 08.30 UT, meldde tenslotte Rob Stammes een bijzondere sid (sudden ionospheric disturbance), waarvan de grafische vorm zodanig was dat er over een aantal dagen een verhoogde kans op poollicht op lagere breedtes zou kunnen zijn. Deze sid hing samen met een uitbarsting op de zon (flare) van de klasse M2,5 om 08.13 UT, waarbij tevens een coronale massa uitbarsting (cme) optrad. Zowel in de grafische vorm van de sid (Rob), als van de flare (GOES satelliet) kon de cme worden herkend. Deze was niet op de aarde gericht. Wel kwamen er snelle protonen bij de aarde die ongeveer een uur onderweg waren geweest vanaf de zon (proton-event).

  • 29 juni 2006:
      Lichtende nachtwolken (2)

      In de nacht van 28 op 29 juni 2006 werd het kraakhelder door de aanwezigheid van een hogedrukgebied. Het was windstil en de temperatuur daalde in Appingedam tot 10 graden Celsius. De kamerdebatten over Ayaan Hirsi Ali hielden Wim Zanstra bezig. Tijdens een schorsing tegen 3 uur (MEZT) waren in het noorden weer lichtende nachtwolken te zien over een azimutbreedte van zo'n 90 graden ter weerszijden van NNO tot een hoogte van ongeveer 10 graden boven de horizon. Deze maal waren het grove blauwachtige slierten. Door de politiek en de slaap konden helaas het begin en het eind van het verschijnsel niet worden waargenomen.

  • 22 juni 2006:
      Lichtende nachtwolken

      Tijdens de kortste nacht van het jaar van 21 op 22 juni 2006 konden ook vanuit Appingedam prachtige lichtende nachtwolken worden waargenomen. Na afloop van de voetbalwedstrijd Nederland-Argentinië rond 23.45 MEZT verschenen zij voor de ogen van Wim Zanstra als blauw-witte horizontaal golvende banden in het noordnoordwesten (NNW) over een azimutbereik van 75 graden en tot een hoogte boven de horizon van 15 graden. De lichtende nachtwolken werden aan de onderkant begrensd door een smalle band van donkere bewolking, waaronder nog de rode kleur van de ondergegane zon zichtbaar was.Om ongeveer 00.10 MEZT was het toch opvallende verschijnsel verdwenen en kwam uit het noordwesten cumulusbewolking opzetten. Op 22 juni om 20 MEZT werden foto's getoond van de lichtende nachtwolken tijdens het weerbericht van Peter Timofeeff in het RTL-4 journaal.

      Wim Zanstra

  • 20 juni 2006:
      Sporadische E

      Op 20 juni 2006 meldt Rob Stammes te Dirkshorn langdurige reflecties van radiogolven ten gevolge van sporadische ionisatie van de E-laag in de ionosfeer. Rob onderzoekt een eventueel verband tussen dit verschijnsel en het voorkomen van onweersbuien in Oost Europa.

  • 16 juni 2006:
      StaZa 2e soort

      In de nachten van 14/15 en 15/ 16 juni 2006 registreerde Wim Zanstra te Appingedam op de magnetometer van Kiruna een aantal StaZa-achtige geomagnetische verschijnselen. De oorzaak kan worden gevonden in het spontaan ontstaan van een actief gebied op de zon, AR896, dat met veel ultraviolette straling gepaard ging. Het effect werd een beetje teniet gedaan door de versnelde zonnewind ten gevolge van de passage van een coronaal gat. Rob Stammes te Dirkshorn kon daardoor deze StaZa van de 2de soort nauwelijks bevestigen.

  • 11 juni 2006:
      Mercurius

      Op 11 juni 2006 rond 23 MEZT, circa een uur na zonsondergang melden Wim Zanstra en Ruth Favarger een blote oog waarneming van Mercurius.

  • 23 mei 2006:
      Vuurbol

      Hallo Webmaster !

      Heden avond 22 Mei 2006 om ongeveer 20:40 UTC (22:40 locale tijd) keek ik uit het raam op m'n werk in Delfzijl in westelijke richting toen ik plotseling een vuurbal zag. Het genereerde een ietwat witgroene kleur licht zoals je bij verbranden van aluminium ziet. Verder liet het tijdens z'n val enkele vonken achter in z'n spoor alsof het deels uiteen viel. Deze uiteenvallende delen verbranden als een oranje kleur. Het fenomeen hield trouwens nog geen halve seconden aan. De vuurbal ging van Noord naar Zuid terwijl ik zelf in Westelijke richting keek. De hoogte boven de horizon aan de start was ca 30 graden en eindigde in 20 graden... Ik ken de magnetude schaal niet of liever gezegd; ik weet daar niet mee om te gaan, maar het was naar mijn mening feller dan de maan. Het was trouwens rond die tijd nog niet eens 100% donker. Aangezien het niet om een gemiddelde "vallende ster" ging vindt ik dat ik dat hier even moet melden....

      Peter Knol - Appingedam

  • 22 mei
      Een bijzondere regeboog

      Op 22 mei 2006 in de loop van de avond verschijnt er boven het zuiden van Nederland een zeer bijzondere en heldere regenboog.Adel en Lina Hamzaoui in Barneveld maken hier rond 20 MEZT melding van. Door de in het westen laagstaande zon kwam de dubbele regenboog hoog boven de horizon. De hoofdboog was in zijn geheel te zien en stond met beide poten op de grond, één in het noorden en de andere in het zuiden. Ook met de bijboog was dat het geval. De hemel tussen beide bogen was duidelijk donkerder. Onder tegen de hoofdboog ontstonden regelmatig overtallige bogen, vooral bij het hoogste punt. Deze ontstaan door de afplatting van de vallende regendruppels. Zie ook: Zenit, juli/augustus 2006.

  • 18 mei
      Een vallende steen

      Op 18 mei 2006 komt er een verlate melding binnen van Wietse van der Veen te Appingedam. In juni 2004 (precieze datum onbekend) werd zijn auto getroffen door een vallende steen. Het gebeurde aan de Pieter IJbemastraat 4 in de ochtend tussen 7 en 10 MEZT. De val zelf is niet opgemerkt, maar de gevolgen wel. De donkergrijze steen, zo groot als een vuist, was op bestrating vlak naast de auto gestuiterd en daarna door het glas van het linker zijraampje gevlogen en op de voorbank terecht gekomen, helemaal afgeschilferd tussen de glasresten. Ook de beschadiging op het trottoir was nog te zien. Helaas is de steen later weggegooid. De vraag is wat hier is gebeurd en of er getuigen van zijn.

  • 11 mei 2006:
      Komeet waarneming, kort verslag

      Komeet (fragment) 73P/Schwassman Wachman 3 (fragment b)
      Gebruikte instrumentem : verrekijkers: 9x63 en 20x63
      teleskoop: 90 mm lenzenkijker, x32 en x66
      Tijdstip: wo/do 10- 11 mei 2006 00:45-01:30 MEZT

      Via internet en door WTZ gewaarschuwd van een helderheidsuitbarsting van fragment b. Kon de komeet eerst niet vinden omdat ik op de verkeerde plaats keek. Goede kaarten zijn belangrijk en die van www.spaceweather.com zijn niet nauwkeurig genoeg.Via een andere website een correcte kaart geprint en toen was fragment c al gauw gevonden. Mooi gezicht; vooral in de 20x60 verrekijker. Grote vlek die in de teleskoop (90 mm) veranderde en een kleine driehoekige nevel. Volgens de website www.skyhound.com zijn er uitbarstingen te zien. Ik heb ze echter niet gezienen. Tevens is deze fragment met het blote oog zichtbaar. Dit was niet het geval bij mij door de niet ideale omstandigheden. Van fragment c was niets te vinden.

      Wim Zijlema

  • 10 mei
      Komeet 73P/Schwassmann-Wachmann 3

      Door Wim Zanstra te Appingedam werden de fragmenten C en B van deze bijzondere uiteen vallende komeet waargenomen van 28 april tot en met 10 mei 2006, steeds met een 10x50 verrekijker. Gedurende deze periode stonden zij hoog aan de hemel en bewogen zij van het sterrenbeeld Corona Borealis naar de Zwaan. Over het algemeen waren de waarnemingsomstandigheden matig tot goed en konden de helderheid, condensatiegraad en comadiameter goed worden bepaald. Van staartvorming was in de verrekijker niet veel te zien, of het moet de langgerekte vorm van fragment C zijn geweest. De helderheid van fragment C liep op van 6,5 magnitude (28 april) tot de 6,0de grootte (5 mei). De waargenomen comadiameter was sterk afhankelijk van de atmosferische omstandigheden en lag tussen 12 en 22 boogminuten. Daar de coma amper gecondenseerd was, was fragment C een moeilijk object om waar te nemen. Soms moest echt perifeer gekeken worden om het te kunnen zien. Aan de andere kant zorgde de grootte van de coma ervoor dat hij toch nog vergeleken kon worden met redelijk heldere sterren. Tijdens de nadering tot de aarde werd fragment C moeilijker waarneembaar. In de nacht van 7 op 8 mei zou dit brokstuk een ontmoeting hebben met de Ringnevel in sterrenbeeld De Lier, maar door de slechte atmosferische omstandigheden, storend maanlicht en stadslicht, geringe condensatie van de coma en overstraling door de ster ß Lyrae was fragment C niet meer te zien. Later ook niet. Fragment C werd gedurende zeven nachten waargenomen.

      Fragment B werd een verrassing. In de nacht van 7op 8 mei was dit niet in de verrekijker te zien, maar op 9 mei onder redelijke atmosferische omstandigheden en bij een bijna volle maan was B goed te zien als een eveneens langgerekt vlekje (staartje), meer gecondenseerd en met een comadiameter van 12 boogminuten. De helderheid werd geschat op 5,1 magnitude. Een nacht later kon nog een waarneming worden gedaan van fragment B. De comadiameter bedroeg nu 25 boogminuten en de helderheid eveneens 5,1 magnitude. Hierna zijn de omstandigheden te slecht gebleven om waarnemingen te doen en zijn de restanten van komeet 73P/Schwassmann-Wachmann 3 geruisloos in de ochtendschemering verdwenen.

  • 2 mei 2006
      Haloverschijnsel rond de zon

      Op 2 mei 2006 om 11.38 MEZT melden Wim en Heidi Lambeek op huwelijksreis in de Franse Elzas een volledige 22 graden (kleine) kring rond de zon, de bovenraakboog aan de kleine kring en een deel van de mooi gekleurde circumzenitale boog. Zie: "De Natuurkunde van 't vrije Veld" deel 1 door dr. M. Minnaert.

  • 30 april 2006:
      1e waarneming van de komeet 73P/Schwassman Wachman 3 (fragment c)

      Gebruikte instrumenten: 8x63 verrekijker
      90 mm lenzenkijker, x32
      Datum: zat/zon 29/30 april omstreeks 01.00 MEZT.

      Eerste waarneming van deze komeet(fragment) die uitelkaar valt. Het fragment stond vlak bij de helder ster zeta Herculis. Hierdoor snel gevonden in de verrekijker. Nog niet erg spectaculair, klein neveltje. De bolvormige sterrenhoop M13 was beter waarneembaar. In de kijker was de komeetfragment iets beter te zien maar door de omstandigheden (veel lichtvervuiling) bleef het bij een klein neveltje. Wel iets uitgerekt mijns inziens. Waarneming kon bevestigd worden door Mieke Ketelaar.

      Wim Zijlema

  • 22/23 april 2006:
      Lyriden

      Jan Boonstra (Nieuw Buinen), Klaas Bus (Wehe den Hoorn) Peter Knol en Wim Zanstra (Appingedam) hadden gezamenlijk het plan opgevat om in de nacht van 22 op 23 april 2006 de meteorenzwerm van de Lyriden waar te nemen, zowel fotografisch, visueel als door middel van radioreflecties. Helaas was wegens het slechte weer alleen maar de radiomethode succesvol. Zie onderstaande grafiek van Peter Knol voor de dagen 18 t/m 23 april 2006. Langs de verticale as staat het aantal gedetecteerde reflecties per 10 minuten afgebeeld. Horizontaal de dagen, verdeeld in uren.

      Behalve de 2e piek op de 22e april in het begin van de middag zijn er geen extremen zichtbaar. De meteorenactiviteit bleef op de 22e langer dan gemiddeld gehandhaafd. De 20e april mag er trouwens wat de activiteit betreft ook wel zijn. De antenne was een duo-dipool in resonantie voor 10 en 14 MHz (2 dipool- antennes op 1 coax kabel). De Ontvanger was een ALINCO DX70. De software is M-Analyzer geschreven door Esko en Olli Lyytinen.


      Lyriden 2006; Peter Knol

  • 19 april 2006:
      Meteoor ?

      vanavond hebben wij een grote oranje streep gezien. Lijkt op spoor van een vliegtuig, maar om 23.30 is dat niet meer te zien. Kan het een meteoor zijn ? Er vliegen hier genoeg vliegtuigen over dus dat verschil zien we wel.

      groeten
      Sarina

  • 9/10 april 2006:
      Poollicht en geomagnetische onrust

      Op 9 en 10 april waren StaZa-achtige verschijnselen merkbaar door het over de rand van de zon komen van actief gebied AR871 met ultraviolette straling en een toenemende snelheid van de zonnewind ten gevolge van de passage van een coronaal gat over de meridiaan van de zon. Op 8 en 9 april 2006 zag Rob Stammes vanaf zijn locatie op de Lofoten een mooi poollichtverschijnsel. De bijbehorende magnetische onrust is ook in Dirkshorn waargenomen. In de nacht van 21 op 22 april werd het nogmaals geomagnetisch onrustig vanwege de verhoogde snelheid van de zonnewind door de passage van een coronaal gat.

  • 7 april 2006:
      Meteoor

      Beste mensen,

      Op dinsdagavond 4 april 2006 om 22.25 uur in Oudeschip, zag ik een prachtige meteoor langs de hemel schieten als een gebogen lichtblauwe streep door het sterrebeeld boötes van oost naar noord. De helderheid was erg hoog en kleine brokjes sprongen eraf. Ik schat de lengte van de zichtbare baan op ca. 20o. Mijn avond was weer goed. Hebben meer mensen dit waargenomen?



      Met een vriendelijke groet, Albert Bosch
      Toppinga’sweg 2
      9984XE Oudeschip

  • 5 april 2006:
      Sudden Ionospheric Disturbances (SIDS)

      Op 5 april 2006 registreerde Rob Stammes tweemaal een sid ten gevolge van 2 röntgenflares in de C-klasse om 13.01 en 15.14 UTc uit het actieve gebied AR876.

  • 5 april 2006:
      STAZA 2de soort

      In de nacht van 4 op 5 april 2006 registreerde Rob Stammes te Dirkshorn een aantal StaZa-achtige geomagnetische verschijnselen. De oorzaak kan worden gevonden in het spontaan ontstaan van een actief gebied op de zon AR868, dat met veel ultraviolette straling gepaard ging.

  • 4 april 2006:
      Sterren door de maan bedekt

      Op 4 april 2006 zag Wim Zanstra te Appingedam om 19h 10m 03,53s UTc en om 21h 40m 24,92s UTc de sterren SAO 78440 en 78524 in de Voerman achter de zichtbare donkere rand van de maan verdwijnen. Als telescoop gebruikte hij een 8" Schmidt-Cassegrain op zijn locatie met coördinaten x= -6,845º en y= 53,319º.

  • 29 maart 2006:
      Zonsverduistering

      Hallo, kijkeensomhoog.nl
      Dit is om te plaatsen op uw site…



      - Nog net even tussen de zware bewolking door... :)

      Met vriendelijke groet, Thor.b:)

  • 28/29 maart 2006:
      · STAZA's

      Op 28 en 29 maart 2006 kwamen twee actieve gebieden over de rand van de zon (AR865 en AR866). De eerste ging gepaard met weinig ultraviolette straling; de tweede leidde tot een geomagnetische verstoring tussen 23 en 02 uur MEZT. De gebieden gaven geen aanleiding tot grote uitbarstingen en er was ook geen sprake van versnelde zonnewind ten gevolge van coronale gaten. Rob Stammes te Dirkshorn kon de geomagnetische storing (een StaZa in dit geval) bevestigen.

  • 19 maart 2006:
      Zonneactiviteit naar minimum

      Gedurende de maand februari 2006 zijn op 14 dagen geen zonnevlekken waargenomen, zo meldt het Solar Influences Data analyses Center (SIDC, vroeger Sunspot Index Data Center). Het daggemiddelde van de vlekkenactiviteit over de maand februari van 4,7 kwam daarmee op de laagste waarde sinds het afgelopen maximum. Toch kan de zon nog zorgen voor magnetische stormen bij de aarde en poollicht op lagere geografische breedtes. Verantwoordelijk hiervoor zijn de coronale gaten bij de evenaar van de zon die de meridiaan passeren. Het magnetische effect van de verhoogde snelheid van de zonnewind uit deze gaten maakt het aardse magnetische veld zwakker, waardoor geladen deeltjes onze atmosfeer kunnen binnendringen en poollicht kunnen veroorzaken. In de nachten na 15 en 17 februari was dit het geval, alsmede in de nacht van 18 op 19 maart. De contacten van Rob Stammes meldden noorderlicht vanaf de Lofoten.

  • 7 maart 2006:
      Ster door maan bedekt

      Op 7 maart 2006 zag Wim Zanstra om 23h 22m 56,87s UTc de ster SAO 77818 achter de onzichtbare donkere rand van de maan verdwijnen. Voor Utrecht was een bedekkingstijdstip voorspeld van 23h 23,2m UTc. Door de parallax zijn deze tijdstippen van plaats tot plaats verschillend. Dergelijke waarnemingen kunnen bijdragen aan meer kennis over de rotatie van de aarde.

  • 6 maart 2006:
      Maan met oortje

      Het is dan toch gelukt, heb hem met de digitale camera genomen , door mijn spiegelteleschoop van 150 mm, met een 120 maal vergroting.



      Aan de rechter kant van de foto, is niet helemaal duidelijk is een uitstulping van de aankomende krater van de maan, wat dan door de kijker heel goed te zien is en als het ware groeid, dat is dan de negende dag na nieuwe maan. Het wordt ook wel het oortje van de maan genoemd.

      Gr. Roelof Vries Grootegast.

  • 3 en 4 maart 2006:
      Heldere satellieten

      Tijdens de Landelijke Sterrenkijkdagen op 3 en 4 maart 2006 hebben velen de heldere satellieten ISS (International Space Station) en ENVISAT zien overkomen, exact op de tijdstippen die gegeven werden door de op je eigen coördinaten aan te passen website www.heavens-above.com.

  • 26 januari 2006:
      Magnetische onrust door coronale gat

      Rob Stammes meldde dat het de hele nacht van 25op 26 januari 2006 magnetisch onrustig is geweest, maar dat het op onze breedte niet tot een aurora-reflectie is gekomen. Rond 17.30 MET (26 januari) leek het erop alsof er met de zonnewind een schokgolf binnenkwam. De Kp-index liep op van 3 naar 6. Van extra activiteit in het uv- en rö-gebied was geen sprake. In dit geval was er sprake van de passage van een coronaal gat over de meridiaan van de zon, waardoor de snelheid van de zonnewind toenam tot ongeveer 700 km/s, de z-component van het interplanetaire magnetische veld negatief en onrustig werd en de zonnewind kon doordringen in de aardatmosfeer met de magnetische onrust tot gevolg.

  • 19 januari 2006:
      Opvallende groep zonnevlekken (AR848)

      Op 19 januari 2006 nam Rob Stammes voor het eerst het actieve gebied 848 waar door zijn telescoop. Duidelijk waren twee gescheiden groepen zonnevlekken te zien, bijna midden voor de zon. Om 23.30 MET nam Rob een magnetische verstoring waar die later als de bijbehorende StaZa van de 2de soort kon worden geïdentificeerd, horende bij het actieve gebied, dat spontaan was ontstaan.

      Op 22 januari zag het er in de telescoop van Wim Zanstra al uit als één langgerekte groep met 16 aparte vlekjes, die echter niet met het blote oog zichtbaar was. Een röntgenflare van de klasse C4,1 zorgde rond 15.00 MET voor een sid (sudden ionospheric disturbance) die ook door Rob geregistreerd werd.

  • 15 januari 2006:
      Vuurbol

      Tijdstip 15 januari ongeveer 21:29 Nederlandse tijd.

      Waarneempositie 52 graden 36 minuten Noord / 005 graden 35 minuten Oost (rijdend op de A6 tussen Ketelbrug en Flevocentrale in westelijke richting).

      Waarneemrichting: ongeveer west.

      Geschat duidelijk helderder dan Venus.

      Kleur: net zo helder enigszins blauwig wit als Venus op een heldere nacht hoog aan de hemel.
      Behoorlijk spoor (felle streep), maar niet echt opvallend nálichtend.
      Eventueel geluiden niet waar te nemen doordat ik in de auto reed.

      Valrichting: ongeveer 20 graden vlakker dan verticaal, en van rechtsboven naar linksonder. Omdat ik op de bestuurdersplaats in mijn auto zat, kan het best zijn dat de vuurbol al vanaf grotere hoogte te zien is geweest; ik zag hem pas toen hij binnen mijn vrije gezichtsveld door de voorruit kwam, ongeveer 20 graden boven de horizon. De vuurbol leek (gedeeltelijk, kan dat?) in brokstukken uiteen te vallen, en uit te doven op ongeveer 10 graden boven de horizon. Hij ging voor mijn gevoel niet extreem snel noch erg langzaam, voorzover ik het dus heb kunnen zien zou ik zeggen een beetje gemiddelde valsnelheid voor een meteoor. Ruw geschat (m.b.v. een chronometer, achteraf) denk ik dat ik hem pakweg 0,7 seconde heb kunnen volgen.

      groeten, Frank Sturm


  • 12 januari 2006:
      Extreem hoge maanstand

      Op 12 januari 2006 meldt Ton Evenhuis dat hij aan de slag wil met de om 23.38 MET verwachte extreme hoge culminatie van de maan, bijna 5 graden hoger dan de zon ooit komt. Met een schietlood en een gradenboog meet hij tussen de wolken door een hoogte van 67 graden. Op dat moment is de declinatie van de maan 28,25 graden. De berekende hoogte van de maan in Appingedam (53,3 graden Noord) bedraagt dan ongeveer 65 graden, zodat Ton op een eenvoudige manier toch een nauwkeurige meting heeft verricht.

      Een nacht later gelukt het Wim Zanstra bij helder weer om 00.27 MET (op 14 januari) met behulp van zijn zonnewijzer de inmiddels geringere culminatiehoogte van de bijna volle maan te bepalen op 62,2 graden. De declinatie van de maan is dan al afgenomen tot 27 graden, zodat de berekende hoogte voor Appingedam op dat moment 63,7 graden wordt. Een meetfout van 1,5 graad.

  • Januari 2006:
      Geminiden, Coma Bereniciden, Ursiden en Boötiden

      De Geminiden, Ursiden en Boötiden zijn vorig jaar en dit jaar waargenomen door de meteoren teldienst van Peter Knol (Appingedam) door middel van radioreflecties. In onderstaande figuur zijn de resultaten met elkaar te vergelijken. Opvallend was in beide jaren de piek rond 18 december. Niet erg scherp, maar toch duidelijk aanwezig. Het gaat hier om het zwermpje van de Coma Bereniciden.



      De bovenste grafiek is het resultaat van handmatig tellen uit de audio spectrogram- men zoals dat vorig jaar nog gebeurde. De onderste grafiek is door het programma M_Analyzer gegenereerd. De resultaten van handmatig tellen hebben meer dynamiek. De pieken springen er duidelijker uit. De scherpe piek van de Boötiden viel dit jaar precies aan de andere kant van de aarde. We hebben hier slechts even de aanvang en het einde van de regen kunnen oppikken. In vergelijking met vorig jaar was de activiteit veel lager.

  • 5 januari 2006:


      Adel Hamzaoui controleerde op 5 januari 2006 de zonnewijzer op het Stationsplein te Amersfoort. De aanwijzingen 11.53 (ware lokale zonnetijd) en 12.37 MET bleken met elkaar in overeenstemming, de tijdvereffening en de geografische lengte van Amersfoort in aanmerking genomen.

  • Home