Hunebedden en LOFAR





  • HUNEBEDCENTRUM BORGER
      Tegen 11.00 uur verzamelden zich alvast 25 mensen van de SWSE bij het Hunebedcentrum in Borger. Bij de ingang bevindt zich een steen met het volgende opschrift:


      Rond gespoeld door water
      Lig ik hier voor later
      Als bron van uw leven
      Aanschouwt u mij even
      Laat mij weer alleen
      Ook ik ben niet van steen
      Streel mij eenmaal op mijn wenken
      Opdat ik u hernieuwd leven kan schenken





      Tijdens de rondleiding door het museum werd begonnen met een mooie film "De weg van de Steen" over de herkomst van de hunebedstenen van de Finse Ňlands Eilanden. Door de grote gletsjers die gedurende de ijstijden waren ontstaan schoven de keien over de bodem naar onze streken, waar ze zo'n 5000 jaar geleden werden gebruikt om de plaatsen te markeren waar de doden werden begraven.


      Er werd een indruk gegeven van de wijze waarop deze grote stenen door de mensen konden worden verplaatst en hoe de hunebedden werden opgebouwd. Bijzonder is dat men in die tijd al in staat was om gaten in stenen te boren. Veel van de kennis over die periode is verkregen door archeologisch onderzoek.



      Ook vond men (trechter)bekers, stenen bijlen van Limburgs materiaal, andere voorwerpen en restanten van bebouwing, waaruit een zekere ontwikkeling van de oude volkeren kon worden afgeleid.

      Overigens is het woord "Hunebed" afgeleid van "Heun", wat "Reus" betekent. Men dacht vroeger dat de hunebedden door reuzen waren gebouwd. Enkele wichelroedelopers toonden aan dat het grote hunebed reacties teweeg brengt en de stenen zelf niet. Verstoringen van de ijzerhoudende grond zouden daarvoor verantwoordelijk kunnen zijn.

      De rondleiders Anne Smith en Jantinus Bakker worden heel erg bedankt voor hun heldere en uitgebreide uitleg.

      Zie ook: www.hunebedcentrum.eu.






  • LOw Frequancy ARray (LOFAR)

      Na de lunch gaf dr. Michiel Brentjens een update over het LOFAR-project.
      Ook 12 leden van de sterrenkundige verenigingen Noord- en Zuid-Drenthe waren daarbij aanwezig. LOFAR staat voor Low Frequency Array en is een antennesysteem in wording dat als opvolger moet dienen voor de radiotelescoop van Westerbork.

      LOFAR is een grote doorbraak in de geschiedenis van de radiosterrenkunde. Het begon allemaal in 1932 toen Karl Jansky bij toeval de radiostraling van de melkweg ontdekte. De Nederlander H.C. v.d. Hulst, leerling van professor J.H. Oort in Leiden, berekende in 1944 dat waterstofatomen een radiostraling kunnen uitzenden met een golflengte van 21 cm. Daarmee werd het mogelijk om grote gebieden met waterstof in de melkweg en andere stelsel in kaart te brengen met behulp van radiotelescopen. Eerst met een door de Duitsers achtergelaten radarontvanger bij Kootwijk en vanaf 1956 met de radiotelescoop bij Dwingeloo. In 1970 kwamen de 14 telescopen van Westerbork in beeld. Het nu in ontwikkeling zijnde LOFAR-systeem kan straling detecteren in twee frequentiebanden tussen 10 en 250 MHz en zal daarvoor twee types antennes gaan gebruiken.

      Uiteindelijk worden daarvoor 25.000 relatief eenvoudige antennes geplaatst in een groot gebied in West-Europa van Zweden tot ItaliŽ met een centrum in Nederland tussen Buinen en Exloo. LOFAR is een Nederlands initiatief (ASTRON, Dwingeloo) en moet veel dieper in het heelal kunnen "kijken" als tot nu toe het geval is geweest. Door de eindige snelheid van het licht kijkt men dan tevens tot ver in het verleden naar de tijd dat het heelal nog maar 300 miljoen jaar oud was.

      De lagere frequenties kunnen de grote roodverschuiving die daarbij optreedt goed verwerken. Zo hoopt men meer inzicht te krijgen in het ontstaan en de evolutie van sterrenstelsels en sterren. Ook moet LOFAR informatie verschaffen over de kosmische straling en het gedrag van de zon en de zonnewind. Uit de structuur en snelheid van coronale massa uitbarstingen kan het ruimteweer rondom de aarde worden afgeleid.





      Verder gaat LOFAR zich bezig houden met variabele stralingsbronnen, zoals supernovae, gammaflitsen, satellieten en meteoren en krijgt dit toekomstige antennesysteem een aanzienlijke maatschappelijk functie op allerlei gebied. Misschien komt er ooit nog eens een soortgelijk antennesysteem op de achterkant van de maan om geen last te hebben van de aardse storingen. Met reflecties van aardse radiostraling tegen coronale massa uitbarstingen van de zon moet daarbij wel rekening worden gehouden. LOFAR wordt bestuurd door een supercomputer (STELLA) in Groningen en verkeert momenteel nog in de testfase met circa 100 afzonderlijke antennes, zoals op het proefveld tussen Buinen en Exloo te zien was. Momenteel worden daar verschillende meetmethodes uitgeprobeerd en verzint men hoe de invloed van muizen, schapen van een halve golflengte en weersinvloeden zoveel mogelijk kan vermijden.

      Opvallend op deze dag was het grote contrast tussen de eenvoud van deze antennes en het besturingssysteem in wording van de Supercomputer Technology for Linked Lofar Applications (STELLA) en het contrast tussen de 5000 jaar oude hunebedden en dit supermoderne systeem om diep in het heelal te kijken.

      Zie o.a. www.lofar.org.
    (wtz/aamh)