Komeet 17P/Holmes





De kort-periodieke komeet Holmes werd op 7 november 1892 ontdekt toen hij van de 4de grootte was. De ontdekker Edwin Holmes (Londen, Engeland) die eigenlijk bezig was het Andromeda sterrenstelsel te observeren beschreef de komeet als een ronde nevelachtige vlek met een diameter van 5 boogminuten, helderder dan M31.
Twee dagen later werden onafhankelijke ontdekkingen gedaan door de Schot Anderson en de AustraliŽr MacKay. Aanvankelijk werd gedacht dat het om de periodieke komeet Biela ging, maar dat bleek niet het geval. Omdat de komeet zich zowel van de zon als van de aarde verwijderde, zou hij zwakker moeten worden, maar gedurende de hele maand november veranderde hij amper van helderheid. Hij ontwikkelde zelfs een staart met een lengte van een halve graad en de foto's van Barnard lieten zien dat er zelfs een tweede nevelachtig object mee vloog met de komeet. Op 21 november 1892 fotografeerde Deslandres een dubbele kern die later weer verdween en tegen het einde van de maand was de coma aangegroeid tot een diameter van een halve graad.

Gedurende de maand december werd de komeet snel zwakker en begin januari was hij nog maar van de 10de grootte. Op 16 januari echter was er een plotselinge helderheidstoename tot magnitude 5 of helderder, waarna de helderheid in februari weer snel afnam tot de "oude" waarde. Na 6 april 1893 werd de komeet gedurende deze passage niet meer gezien. De omloopstijd rond de zon werd berekend op 6,9 jaar en dat de komeet vermoedelijk in 1861 op de zeer korte afstand van 0,4 AE van Jupiter moest zijn geweest.

Bij de volgende periheliumpassages in 1899 en 1906 bleef de helderheid ver achter bij de verwachting. Door een volgende "ontmoeting" met Jupiter in 1908 nam de omloopstijd rond de zon toe met 0,47 jaar. De omstandigheden bij de passages in 1928, 1935, 1942 en 1950 waren zo ongunstig dat de komeet niet kon worden waargenomen. De verwachting was dat de komeet verloren was gegaan.
In 1963 vond Brian Marsden dat de in het verleden berekende baan van de komeet voldoende nauwkeurig was en beweerde hij dat de bijzondere verschijning in 1892 een gevolg moest zijn geweest van een toevallige instabiliteit. Op 16 juli 1964 werd komeet Holmes terug gevonden door Elizabeth Roemer als een gecondenseerd object van magnitude 19,5. Hij bleef verschillende magnitudes zwakker dan verwacht. Door een volgende passage langs Jupiter werd de omloopstijd weer 0,3 jaar langer en ook in 1971 en 1979 bleef de helderheid onder de 19de grootte. Komeet 17P/Holmes heeft op 24 oktober 2007 een spectaculaire helderheidsuitbarsting ondergaan.


Foto van Werner Krijgsveld, 19-11-2007

In korte tijd is de helderheid van magnitude 17 gestegen naar magnitude 2,5!! De afgelopen weken werd de komeet waargenomen als een eenvoudig blote oog object zonder staart in het sterrenbeeld Perseus.