De groenlandse ijskap




een impressie van Dré Oudman

Op uitnodiging van de Stichting Weer- en Sterrenkunde Eemsmond heeft Peter Kuipers Munneke, als promovendus werkzaam bij het instituut voor onderzoek van zee en atmosfeer (IMAU) aan de Utrechtse universiteit, op 5 maart jl. te Appingedam een presentatie gehouden over het soort van metingen aan weer en klimaat op Groenland. Groenland heeft een gigantische ijskap, die midden op het land zo'n drie kilometer dik is. Als al dat Groenlandse landijs zou smelten zou de zeespiegel maar liefst 7,5 meter (!) stijgen. U moet niet vergeten dat dat land, wat betreft z'n oppervlakte, nagenoeg heel Europa beslaat. Gezien de perikelen rond de huidige klimaatverandering waar sprake van zou zijn, ook op Groenland, is het natuurlijk uiterst nuttig te weten hoe nu precies de energie uitwisseling (warmte) tussen ijskap en de atmosfeer daarboven plaatsvindt. En ook hoe zon en wind daarbij een rol spelen. Daarvoor is er op de Groenlandse ijskap sinds 1990 een aantal volautomatische weerstations geplaatst naast apparatuur die het evenwicht van de af- of toename van de hoeveelheid sneeuw en ijs in de gaten houdt. Die instrumenten vergen natuurlijk het nodige onderhoud, vandaar dat er zo af en toe mensen naar toe moeten. Kuipers Munneke is er recentelijk ook geweest en deed daar verslag van. Je hebt er altijd wind (valwind) en de temperatuur in de zomer, wanneer de zon dag en nacht schijnt, ligt gemiddeld rond de 10 graden onder nul. Wat me echter opviel was dat er niet of nauwelijks werd ingegaan op al de resultaten van de weerstationmetingen, maar misschien had dat te maken met het feit dat er deze keer vooral onderzoek werd gedaan naar de structuur van sneeuwvlokken, omdat die ook invloed blijkt te hebben op de opname en het weer afstaan van warmte. Waargenomen werd in ieder geval dat het ijs aan de randen van Groenland heel voorzichtig aan het verdwijnen is; te zien aan gletsjers die als het ware inkrimpen. Bekend is dat het eerste Groenlandse ijs zich zo'n 7 miljoen jaar geleden gevormd moet hebben. Dat betekent dat voor die tijd de aarde ook relatief warme periodes gehad moet hebben.

Uit analyses van ijsmonsters, verkregen bij diepteboringen in de ijskap, heeft men het (ingesloten) koolzuurgasgehalte (CO2) goed kunnen bepalen, waaruit bleek dat dit door de eeuwen heen, vanaf zo'n 400.000 jaar geleden, altijd rond de 280 ppm (aantal deeltjes CO2 op een miljoen deeltjes lucht) lag. Momenteel ligt die waarde maar liefst op 360 ppm! Een enorme toename aan broeikasgas, want dat ěs CO2. Globaal genomen is het vanaf 70 miljoen jaar geleden op aarde wel kouder geworden, maar opvallend is wel dat sinds de industriële revolutie, in uiterst korte tijd dus, de gemiddelde temperatuur op aarde met 0.6 graden Celsius is toegenomen, mede waardoor de zeespiegel de laatste 100 jaar al zo'n 15 cm is gestegen, door uitzetting en het smelten van landijs!

Mijn conclusie: Je kunt dan toch stellen dat er een einde gemaakt dient te worden aan het onbeperkt kappen en verbranden van oerwouden, de longen van de aarde, omdat deze CO2 kunnen opnemen om er zuurstof voor terug te geven, en aan het eveneens onbeperkt verbranden van steenkool en aardolie, waarbij enorme hoeveelheden CO2 in de atmosfeer terecht komen, samen met grote hoeveelheden water! Ja, ja.... dat water, op deze manier verkregen, daar hadden we nog niet bij stilgestaan. Dat moet toch ook ergens heen....?!