Workshop Wichelroede



Eigenlijk ging het in deze workshop over een detectiemethode voor elektrische en magnetische veldvariaties met behulp van de wichelroede. Een groot deel van de deelnemers bleek al bekend te zijn met dit fenomeen. De bedoeling was om ook de anderen te leren omgaan met de wichelroede, het opheffen van de mystieke sluiers, plezier te beleven aan deze vaardigheid en er leuke waarnemingen mee te doen. Ook was deze middag bedoeld als een voorbereiding op een test om resterende vragen te kunnen beantwoorden. Om te beginnen werd verteld over het op de kaart zetten van de Duitse Rieskrater van 21 t/m 27 juli 2001 in de driehoek Stuttgart-Neurenberg-München. Met behulp van wichelroede, kompas en gps is daar op 88 plaatsen de hoedanigheid van het magnetische veld onderzocht. Op en rond de kraterrand blijkt dit veld zeer grillig te zijn, terwijl in het inwendige van de krater een vrijwel homogeen magnetisch veld heerst. Een en ander is te verklaren uit de historie van deze 14,7 miljoen oude inslagkrater.

Voordat daadwerkelijk werd begonnen met het wichelroedelopen zelf werd duidelijk gemaakt dat het lichaam op de een of andere manier met minuscule spierbewegingen reageert op variaties in elektrische en magnetische velden ten opzichte van het lichaam en dat de wichelroede slechts een hulpmiddel is om deze spierbewegingen zichtbaar te maken. De loper dient een goede uitgangshouding te kiezen en de L-vormige staafjes evenwijdig aan elkaar te houden (in evenwicht) door iets naar voren te neigen. Vooral ontspanning is een voorwaarde bij deze vaardigheid. De deelnemers liepen in een grote kluwen door de zaal en de meeste hadden na een half uurtje wel in de gaten hoe zij de wichelroede aan de praat konden krijgen. Bij de passage van een kunstmatig aangelegde verstoring van het elektrische en magnetische veld zorgden de kleine spierbewegingen (torsie) in de armen ervoor dat de staafjes uit hun evenwicht vielen.

Uit verdere demonstraties was af te leiden dat een wichelroede in verschillende vormen en maten gemaakt kan worden en dat ook het materiaal er niets toe doet. Hun enige functie is immers het evenwicht te verliezen bij de kleine torsiebewegingen van de onderarmen. Met behulp van op een plankje gefixeerde staafjes werd bevestigd dat het inderdaad hierom gaat en niet om een reactie op de staafjes zelf. Bij het ontstaan van de (kleine) spierbewegingen in de armen blijken verder de eigenschappen van elektromagnetische velden een belangrijke rol te spelen. De wisselwerking tussen elektrische ladingen en stromen, elektrische en magnetische velden, kompasnaaldjes en magneetjes (elektromagnetische theorie van Maxwell) werd gedemonstreerd door Klaas Bus. Een dergelijke wisselwerking zou er ook kunnen bestaan tussen elektromagnetische velden en het transport van ladingspulsjes in de zenuwbanen van het lichaam. Veranderingen van elektrische en/of magnetische velden in het lichaam zouden dus de prikkel kunnen zijn die de bovengenoemde spierbeweginkjes tot gevolg heeft. Een andere verklaring van het wichelroedelopen zou kunnen zijn dat door een zekere voorkennis onbewust door de hersenen (ideomotorisch) de spieren in de armen worden aangestuurd. Chevreul (1810) en Carpenter (1852). Dit zou ook het geval kunnen zijn met de voorkennis over het elektromagnetisme. Door middel van een goed gefundeerde test zou hierover uitsluitsel kunnen worden verkregen.

Op grond van de eigenschappen van elektriciteit en magnetisme kan worden begrepen dat het wichelroedelopen moeilijk, zo niet onmogelijk wordt op blote voeten op een geleidende vloer. Met gesloten geleidende bandjes om polsen, hals, middel of hoofd wordt het vrijwel onmogelijk om te reageren op variaties in magnetische velden en op een door een geleidend omhulsel ingesloten elektrisch veld reageert het lichaam evenmin. Hieruit kan een systeem worden afgeleid volgens welke de wichelroedeloper onderscheid kan maken tussen elektrische en magnetische veldvariaties. Een probleem blijft dat het effect van de wichelroede niet goed in een getalwaarde kan worden uitgedrukt.

Op de wichelroede werkt altijd de zwaartekracht. Het effect van directe elektrische of magnetische krachten zal opvallen doordat de staafjes daarop kunnen reageren door in dezelfde richting te bewegen. Bij de reacties op de spierbewegingen in de armen "vallen" de staafjes uit hun evenwicht naar elkaar toe of van elkaar af. Door de wichelroede van niet magnetisch en niet geleidend materiaal te maken kunnen deze krachten, behalve de zwaartekracht, worden uitgesloten. Opgemerkt werd verder dat beweging altijd relatief is. Alleen wanneer sterkte en richting van elektrische en/of magnetische velden in het lichaam veranderen zal dit een prikkel geven en al dan niet ideomotorisch de spieren in beweging brengen. Het zal dus geen verschil maken of de persoon beweegt ten opzichte van de veldvariaties of andersom. Zo kan er onderscheid worden gemaakt tussen wichelroede lopen, zitten, staan, of rijden. Het lichaam reageert ook op een voorbij rijdende auto of trein. In de volgende situaties zal geen reactie van de wichelroede kunnen worden verkregen. Wanneer er geen verstoringen zijn van het elektrische of magnetische veld (water!) en deze velden dus homogeen zijn of niet aanwezig. Of wanneer de wel aanwezige veldvariaties te snel, te langzaam of te zwak zijn. Het lichaam moet de variaties kunnen volgen (traagheid) en niet de gelegenheid krijgen zich er op in te stellen en in de uitgangspositie te blijven.

Verstoringen van elektrische en magnetische velden zijn in ijzerhoudende grond te vinden bij kraters, hunebedden, grascirkels, waterlopen, aardlagen, gesteenten, geulen voor leidingen en buizen, ruïnes, etc. en verder bij de bliksem, stroomvoerende leidingen, batterijen, magneten, ijzeren voorwerpen, elektromagnetische apparaten, etc. Resteert de vraag of de minuscule spierbewegingen worden veroorzaakt door directe invloed van de veldvariaties, of door een onbewuste ideomotorische kracht ten gevolge van een zekere voorkennis?

W.T. Zanstra, 2006


Home