De aarde in het perihelium






Ruwweg gezegd beschrijft de aarde een ellipsvormige baan rond de zon, waarbij de zon in één van de brandpunten staat. Een ellips kan worden getekend door bijvoorbeeld twee spijkers in een houten bord te slaan en daar omheen losjes een touw te knopen.
Terwijl dit touw met een potlood wordt strak getrokken kan de ellips worden getekend. De plaatsen waar de spijkers stonden zijn de brandpunten, F1 en F2.



elipsvormige baan van de aarde


Wanneer nu de aarde langs haar elliptische baan rond de zon beweegt, passeert zij op een gegeven moment een punt waarin de afstand tot de zon minimaal is. Dit punt wordt het perihelium (P) genoemd en wordt bereikt op 4 januari om 19 uur. Een half jaar later (op 5 juli) bereikt de aarde een punt met een maximale afstand tot de zon, het aphelium (A) genoemd.

Het verschil tussen de grootste en de kleinste afstand van de aarde tot de zon is echter niet erg groot. Het bedraagt slechts 5 miljoen kilometer, oftewel 3 procent van de gemiddelde afstand van 150.000.000 kilometer.

Deze variatie in afstand is bijna niet te merken vanaf de aarde, zeker niet in het klimaat. Door de scheve stand van de aardas zal de winter op het noordelijk halfrond er niet door worden verdreven. Misschien is het mogelijk dat met behulp van een telescoop het verschil in grootte van het beeld van de zon in zomer en winter gemeten kan worden. Zeker lukt dat door twee dia's of negatieven van de zon, gemaakt in het brandpunt van een telescoop, op elkaar te leggen en met een schuifmaat de diameters ervan te meten.

wtz